Hoewel we eigenlijk op weg waren naar de Scilly Islands, heeft het gebrek aan goede wind ons doen besluiten om in elk geval voor nu voor anker te gaan vlakbij Falmouth. Aan de monding van de Helford River is het prachtig liggen, in een rustige omgeving zonder al te veel vakantievierend volk met bijbehorende jetski’s en speedboten. Met onze bijboot zetten we onze fietsen over naar de kant, zodat we op excursie kunnen naar Falmouth. Het is een tochtje van zo’n 15 km heen en terug, en omdat Jelle erop stond onze racefietsen mee te nemen is dat een tochtje van niets. Het is even schakelen om hier te fietsen, zowel letterlijk als figuurlijk. Het landschap is heuvelachtig, dus draaien onze versnellingen en onze remmen overuren. Bij iedere afslag roepen we elkaar toe: “Links houden!”, omdat je anders op de automatische piloot zó weer aan de verkeerde kant fietst. We zijn hier in het juiste seizoen: aan weerszijden van de weg groeien dichte braamstruiken die barsten van de rijpe bramen. Op sommige plekken is het struikgewas zó weelderig dat we door een groene tunnel fietsen, die zo smal is dat we hem ook blokkeren als we netjes achter elkaar fietsen.
In Falmouth neuzen we rond en pikken we weerberichten op voor de komende week. Het is de vraag wanneer we de golf van Biskaje over kunnen steken: daarvoor moet er wat ons betreft een volle week goed weer op komst zijn. Nu is de situatie twijfelachtig: voorlopig weinig wind, daarna wat meer wind uit de verkeerde hoek, en aan het eind van de week stevige wind uit de verkeerde hoek. Als dit een weervenster is, dan doen we er goed aan zo snel mogelijk te vertrekken. Maar eigenlijk brengen we liever eerst de boot nog wat meer op orde: tanken we diesel, lopen we de verstaging na, zorgen we voor een goed uitgewerkte tochtenplanning. Nu vertrekken zou vanwege de windstilte ook betekenen dat we veel moeten motoren, en in onze schroefas is een geluid ontstaan dat we niet kennen en dat we willen nalopen. Zeker wanneer we (vanwege de matige wind) zo sterk op de motor moeten vertrouwen. We wegen een en ander zorgvuldig af, raadplegen een aantal goede raadgevers met meer zeilervaring dan wijzelf, kijken nog eens goed naar de verschillende weermodellen, maar besluiten uiteindelijk toch maar even te wachten.


Na een paar dagen Helford River verplaatsen we de boot naar Falmouth. Hier hebben we alle voorzieningen naast de deur, en dat is voor de voorbereidingen op Biskaje wel zo handig. Vanwege de combinatie hoge havengelden – klein budget besluiten we in de riviermonding bij Falmouth ergens voor anker te gaan. Maar als we langs onze beoogde ankerplaats varen ligt het er zo vol met bezette moorings dat we onszelf er niet tussen durven proppen achter ons eigen anker. Wel zien we een paar roestige pontons waar nog een plekje is tussen een aantal deerniswekkende hopen schroot die vermoedelijk ooit schepen waren. We besluiten hier maar ons tijdelijk thuis van te maken: geen idee wie de beheerder is, maar te oordelen aan de algehele onderhoudsstaat treft men hem hier zelden aan.

De weerberichten laten inmiddels zien dat het plukje stevige wind aan het einde van de week zich later zal ontwikkelen tot een depressie van flinke proporties. De modellen verschillen, maar op de golf van Biskaje zal het hier en daar 35 tot 40 knopen gaan waaien. Ook hier in Falmouth wordt stevige wind voorspeld. We besluiten de Scilly Islands links te laten liggen: goed beschouwd is het hier in de omgeving ook ontzettend mooi, en voor ons net zo onbekend. De beschutting op de Scillies is een stuk minder, en de voorzieningen ongetwijfeld ook lastiger toegankelijk dan hier. Dus besluiten we om onze overtocht te starten vanuit hier. We zijn zeker niet de enige vertrekkers die het zo doen, en hoewel ik meestal een sterke aandrang voel om alles anders te doen dan de meerderheid, heb ik er op dit gebied absoluut geen moeite mee om in de sporen te treden van velen die ons voorgingen.

Één van de voordelen van onze nieuwe ligplek is dat de berg schroot voor ons handig klusmateriaal oplevert: ik maak een overkapping voor de ankerlier van een kapotte stootwil, zodat de genuaschoot hopelijk niet meer elke keer bij een overstag vast komt te zitten. Van een oude tuinslang maken we een beschermhoes voor een nieuw te trekken kabel, ten behoeve van internet aan boord. En ik maak een drijvende sleutelhanger van een stukje kapotte bezemsteel. Ook red ik een aantal harpjes en katrolletjes van de teloorgang. Officieel is dat misschien diefstal, maar dat kan me niet zoveel schelen: hier op de schroothoop heeft gegarandeerd niemand er wat aan, terwijl wij dit spul aan boord goed kunnen gebruiken. Wat is er dan het nut van dat we in de winkel voor veel geld een nieuw exemplaar aanschaffen? De wereld wordt al overspoeld door overbodige spullen, dus hanteren wij het devies ‘use it or lose it’. Stelletje piraten dat we zijn…

Je leest het al: nu we niet zeilen vallen we automatisch terug in onze klusverslaving. Jelle is zich wat beter bewust van deze slechte gewoonte en grijpt in: “Vandaag nemen we een vrije dag!” En onmiddellijk pakt hij de rugtas met handdoek, plukbakjes en zonnebrandcrème en springt in de bijboot. “Kom je?” vraagt hij grijnzend. Ik laat mijn schroevendraaier vallen, veeg de smeer van mijn handen, ruil mijn kluskleding in voor een zomerjurk en ga gauw met hem mee. Eenmaal in de greep van een klus aan boord en je bent zó weer een dag verder. Vandaag niet: we fietsen naar het kasteel bij Falmouth en plukken een gigantische bak bramen, voor door de yoghurt. We mengen ons tussen de Britten op de Prince of Wales pier, waar de lokale jeugd vol branie vanaf een dak het water in saltoot. “You little twat!”, roept een drijfnatte oude heer met zijn vuist omhoog, nadat de molligste jongen van het stel vlak náást zijn dinghy een bommetje deed. Laatstgenoemde heeft zichzelf met die stunt tot de heldenstatus verheven, voor vandaag althans.

In afwachting van goede wind weten we zowaar eindelijk een balans te vinden tussen klussen en ontspannen. We maken fietstochtjes in de omgeving, genieten van het lekkere zomerweer (als dat er is) en kijken geamuseerd naar de vogels om onze boot. De jonge meeuwen zijn favoriet. Pubers zijn het: op het oog groter dan hun ouders, maar duidelijk nog niet gewend aan die grote flapvoeten van ze. Met een hulpeloze blik in hun zwarte kraalogen lopen ze piepend achter pa en moe aan: ‘krijg ik nu een wadpier?’, lijken ze te vragen. Maar pa en moe zijn het zat en krijsen terug: ‘tijd om je eigen kostje te verdienen!’. Mokkend pikken ze vervolgens in een sigarettenpeuk, of in een kiezelsteentje. Ze hebben nog een hoop te leren…
Ook een grote bron van plezier is de landingsbaan naast onze ligplaats. Uitsluitend van de KLM: een groep van meer dan 30 zwanen woont hier een eindje verderop bij de haven, en je ziet ze regelmatig starten en landen. Dus als ik ze ’s nachts hoor overvliegen weet ik wel zeker dat het zwanen waren… Als we overdag aan boord zijn komen ze soms even buurten, in de hoop op een stukje brood, dat standaard onder onze buiskap voor dit soort gelegenheden klaarligt.
’s Avonds gaan we zelf uit eten. Dat doen we normaal nooit, maar in Engeland geldt deze maand ‘eat out to help out’. Ga je uit eten, dan krijg je (op maandag t/m woensdag) vijftig procent korting op de rekening. De overheid betaalt de rest. Het lijkt te werken: de restaurants zitten vol, voor de meeste moet je reserveren. Goed voor de economie, én voor de verspreiding van Corona, denken we…

We maken onze 4G-installatie af, zodat we nu eindelijk ook internet aan boord hebben. Dat maakt het vele malen makkelijker om weerkaarten te downloaden en anderen om advies te vragen over de tocht naar Spanje. Het weer voor de komende week lijkt eerst perfect, maar later sluipt er opeens toch een nieuwe depressie in, met bijbehorende 35 knopen wind. We overwegen dan toch maar naar Frankrijk te varen, om de overtocht te verkorten. We zien onszelf al 9 maanden in Zuid-Engeland verwaaid liggen… liever niet!

Reacties

Bevlogen

Ik weet niet zeker of het zwanen waren,
een najaarsnanacht dat hun vleugelslag
in duizendvoud over het huis heen lag,
om pas tegen het daglicht te bedaren.

De hele dag liep ik als uitverkoren,
of ik door engelen was aangeraakt.
Maar hoeveel lege nachten zijn doorwaakt
waarin sindsdien geen wiekslag viel te horen?

Nu moet ik mij weer met de zon verzoenen
en, nooit meer zo bevlogen, wennen aan
het wassen en het slinken van de maan,
het komen en het gaan van de seizoenen.

Herkend, Go! Liefs, veel

Lieve Go, graag geen brood aan vogels geven. Erg slecht voor ze. Dank 😊. Zo leuk om je avonturen op afstand mee te maken! En zoals ze hier zeggen : Fair winds and following seas. Oftewel good luck. Liefs,Ted&Harma

Geef een reactie