Had je mij een maand geleden gevraagd of ik met windkracht 6 de golf van Biskaje over wilde steken, dan had ik stellig beweerd van niet. Maar nu we eenmaal met de Vrijstaat voor dat beruchte stuk water liggen en de herfst ons in de nek hijgt als een opdringerige vent in een donker steegje, gelden er andere regels. De golf van Biskaje is een berucht stuk zee, dat met de verkeerde condities snel kan veranderen in een nachtmerrie. De diepte verandert hier abrupt van 4 kilometer naar een meter of 200 en dat kan zorgen voor hoge, steile golven die voor een klein jacht als het onze gevaarlijk zijn. Vandaar dus dat we als we hadden kunnen kiezen graag met een rustige windkracht 3 uit het noordwesten hadden willen oversteken. Biskaje voor beginners, zeg maar. Maar als we wachten op zó’n weervenster liggen we hier volgend voorjaar nóg. Dus leggen we ons neer bij drie dagen onstuimig varen en plannen ons vertrek voor de vrijdagmorgen.

Zodra de knoop is doorgehakt valt ook de spanning over de beslissing van mijn schouders: goed, het zal stevig waaien en er zullen flinke golven zijn, maar de Vrijstaat kan dat hebben en wij overleven dat ook wel. Bij nader inzien heb ik deze oversteek misschien wat groter gemaakt dan nodig, onder invloed van alle verhalen over 15 meter hoge golven, verrassingsstormen en zeeziekte waarvan je het liefst onmiddellijk wilt sterven.

Donderdag doen we op ons gemak de laatste voorbereidingen. Vanaf onze ankerplaats bij St. Evette varen we met de bijboot naar het strand en maken een lange wandeling langs de supermarkt en langs het centrum van Audierne. We plukken appels in een verlaten boomgaard, trakteren onszelf op een baguette met brie en genieten van het nazomerweer op een bankje aan de haven. Heel ontspannen, alsof de overtocht waar we allebei al die tijd zo tegenop hebben gezien al achter de rug is.

Vrijdagochtend is het dan zover: we doen een laatste motorcheck, leggen alle losse spullen op een vaste plek, maken alle lijnen klaar voor gebruik en zetten de koers naar La Coruña in de plotter. Eindelijk varen we dan toch naar het zuiden! We besluiten bij het wegvaren om het grootzeil eerst maar even op de giek gebonden te laten zitten: met alleen bezaan en genua zeilt de vrijstaat heel stabiel en ligt ze minder onder helling. Grootzeil bijzetten kan altijd nog als het ons te tam is. We zwaaien Frankrijk vaarwel en maken al snel kennis met de windkracht 5 die ons beloofd was.

Naarmate we verder op zee komen trekt de wind verder aan en ruimt hij een beetje, zodat onze bestemming rechtstreeks bezeild is. Ook de golven bouwen steeds verder op. We liggen goed op koers en de zeilvoering is perfect zo, dus heb ik alle tijd om gebiologeerd naar dit steeds veranderende waterlandschap te kijken. Vanuit ieder golfdal torent er een volgende golf boven de Vrijstaat uit, die ons het zicht op de horizon ontneemt. Ieder golf komt op ons af als een massieve muur van water, die ons schip moeiteloos optilt. Sommige golven zijn buitenproportioneel hoog en hebben een woeste schuimkop. Elke keer als er zo’n exemplaar op ons afkomt zou ik zweren dat hij over ons heen zal slaan en de Vrijstaat mee zal sleuren in zijn tocht. Maar de Vrijstaat heeft heel andere plannen en vaart onverstoorbaar door naar Spanje. Ze leunt wat mee naar bakboord als een golf haar optilt, maar veert weer terug naar stuurboord als we het golfdal in duiken. Soms trekt een stevige windvlaag haar onder helling, zodat het zeewater ons door de gangboorden klotst, maar even later richt ze zich weer op en stroomt het water weer naar buiten, als bij een hond die na het zwemmen zijn vacht uitschudt. Wanneer ik na een hoge golf een harde landing in het volgende golfdal verwacht, glijdt ze elke keer weer verbazingwekkend kalm naar beneden. Ik hield al van dit schip toen we haar voor het eerst zagen, maar dit is waarvoor ze gemaakt is: lange tochten op zee, waar haar enorme draaicirkel niet uitmaakt en haar lange kiel voor stabiliteit zorgt. Ik ben weer helemaal opnieuw verliefd.

Foto’s doen absoluut geen recht aan het watergeweld op zee

Volgens de weerberichten gaat het zaterdag vroeg in de ochtend het hardst waaien. Het wordt dan windkracht 6, bij vlagen windkracht 7. Rond die tijd varen we ook de oceaan op, waar de diepte naar 4000 meter duikt. Daar kunnen de golven dus extra hoog zijn. Jelle heeft de tweede nachtwacht op zaterdag, dus lig ik in de slingerkooi te luisteren naar de geluiden van schip en stuurman. Het gaat er wild aan toe, dat kan ik wel horen. Ik hoor hoe Jelle de genua nog wat verder inrolt en hoe hij Arie bijstelt: de wind is aan het draaien, van West naar Noord. “Kom op Arie, hou de Vrijstaat op koers! Stuur de Vrijstaat naar Spanje!”, hoor ik hem ons derde bemanningslid aansporen. Dan opeens hoor ik een flinke golf voorbijkomen, direct gevolgd door een ijselijke gil van Jelle. “Anne! De kuip staat vol water!” en daarna, tegen het betreffende water in de kuip: “Toe nou, zak nou weg, zak weg!”. Ik hoor de spanning in zijn stem: hij is in strijd met de zee en vastbesloten te winnen. Gelukkig is het water gehoorzaam en verdwijnt het door de afwateringsgaten in de bodem van de kuip. Omdat we de golven nu schuin van achteren krijgen kunnen hoge brekers over de kuip slaan. Ik heb daar al vaak over gelezen, maar dit is de eerste keer dat het ons gebeurt. Arme Jelle, hij had het niet zien aankomen. Hij is drijfnat, maar doordat hij in de kajuitingang zat heeft diende hij wel als golfbreker voor onze kajuit. Daardoor is onze navigatietafel met apparatuur een zeewaterdouche bespaard gebleven. Vanaf nu gaan de kajuitluiken met dit soort zeeën dicht!


Het blijft gelukkig bij één breker en als de dag aanbreekt neemt de wind geleidelijk af. Het laatste restje onrust over de overtocht is daarmee verdwenen: vanaf nu wordt het alleen maar makkelijker.

Wat moet je verder zeggen over een zeiltocht van 3 etmalen? Dat de golven hoog waren en de wind stevig. Dat het mooi weer was, met af en toe een bui met nóg meer wind, en een regenboog. Dat we zelfs op een halve genua en bezaan soms wel 7 knopen liepen en dus veel sneller gingen dan gepland. Dat er helaas geen dolfijnen te zien waren, maar wel een vogelsoort die ik niet ken maar die prachtig acrobatisch over de golven scheert op zoek naar vis. Wie nu denkt dat wij ons dus 72 uur met een wijntje in de kuip hebben zitten vervelen, heeft het mis. Om een beeld te schetsen van de situatie aan boord volgt hieronder een verslag van mijn lunch op zaterdag, toen Jelle lag bij te komen van zijn zware nachtwacht.

Ik zit buiten in de kuip wacht te houden. Niks te zien, behalve zee en nog meer zee. Ik heb honger, denk ik, of ik ben misselijk. Als ik eet, kom ik er vanzelf achter welke van de twee het is. Dus klim ik vanaf mijn bankje in de kuip naar de ingang van de kajuit. Ik struikel, want mijn voet is blijven hangen in mijn lifeline. Die mag niet af voordat je in de kajuit bent, dus moet ik mezelf eerst uit de knoop halen. Dat lukt, dus ik ben binnen. Ik heb mijn zinnen gezet op een broodje ei met mayo en mosterd. Gelukkig hebben we de eieren van tevoren al gekookt, dat scheelt een hoop gedoe en brandwonden. Ik open het kastje waar de boterhammen in zitten. Onmiddellijk flikkert de hele inhoud van het kastje naar buiten, omdat we onder helling liggen. Maar het brood heb ik alvast! Ik stop de rest van de spullen weer terug en leg mijn boterhammen alvast op een bordje. Dan naar de koelkast voor de eieren en de saus. Als ik de koelkast open, zie ik dat de deksel van het bakje met spaghetti is losgeraakt. De hele koelkast staat nu vol spaghetti. Terwijl ik me met één hand staande hou vis ik de spaghetti eruit. Daarna het bakje met de eieren. De mayo zit onderop, dus ik moet even zoeken. Een flinke golf duwt de Vrijstaat opzij. Ik zet me schrap met mijn voet tegen de navigatietafel, maar mijn bordje met boterhammen schuift op de vloer. Antislipmatjes zijn misschien zo gek nog niet. Ik buk me om de boel op te rapen, maar nu zitten we in het golfdal, dus hellen we terug naar stuurboord. Nu lig ik op mijn knieën op de kajuitvloer, gebroederlijk naast mijn boterhammen. Poging 2, dan maar geen bord. Ik leg mijn nieuwe boterhammen op het aanrecht en concentreer me op de mayo. Ik vis een mes uit de bestekbak. Een windvlaag trekt de vrijstaat nog meer onder helling, waardoor ik wegglijd en mijn handen nodig heb om me vast te grijpen. Geen idee waar mijn mes gebleven is, maar mijn boterhammen zijn er nog! Ik pak een nieuw mes en besmeer mijn brood met een laagje mayo. De mosterd lukt ook. Nu nog een ei en ik ben klaar! Terwijl ik het bakje met de eieren open maak is daar de volgende golf. Mijn boterham ligt op de grond, natuurlijk met de besmeerde kant naar beneden, want die is het zwaarst. Die kan overboord. Poging drie: ik zet het bordje op het cardanisch opgehangen fornuis en herhaal de procedure. Eindelijk gelukt! Blij klim ik met mijn besmeerde boterham en mijn ei weer naar buiten. Daar kan ik makkelijker stabiel zitten om mijn ei te pellen. De schillen gooi ik overboord, maar ik had even buiten de wind gerekend. De schillen waaien dus terug in mijn gezicht. Ik prop mijn ei tussen mijn boterhammen: het is gelukt! Net als ik mijn eerste hap wil nemen komt een flinke breker ons achterop en zorgt voor een koude douche. Alsof de zee wil zeggen: “Je bent het zout vergeten!” Lekker, een broodje ei met zeewater!

Het eerste deel van de tocht lijkt dus nog het meest op een eindeloze rit op een rodeostier. Zondag komt er gelukkig meer rust in de tent. Minder wind en minder golven, waardoor het wat ontspannener zeilen is. Het grootzeil kan eindelijk bij. Zonder motor is het lastig om het schip lang genoeg in de wind te houden om het zeil te hijsen. Dus gaat de motor even aan ter ondersteuning. Als het zeil staat, zie ik opeens dat de bevestigingslijn van de bakstag aan bakboord overboord hangt. Die is waarschijnlijk overboord gespoeld toen het zaterdagnacht zo tekeer ging. Omdat die lijn halverwege het gangboord zit, hebben we hem over het hoofd gezien. Ik probeer hem binnen te halen maar het is al te laat: de lijn zit in de schroef. We proberen ’m  los te krijgen door de motor zachtjes in zijn achteruit te zetten. Inderdaad komt er een stuk vrij, maar onze hoop vervliegt snel als de motor even later afslaat. Dat betekent dat de zeilen vanaf hier onze enige voortstuwing zijn. Nu maar hopen dat we niet alsnog in een windstilte terechtkomen…

Het is even zoeken naar de juiste koers, want voor de wind varen is oncomfortabel vanwege de klapperende zeilen en ruime wind is oncomfortabel omdat het schip als een reusachtige duikelaar heen en weer rolt (het babyspeelgoed, niet de dolfijn). We gijpen een paar keer, spelen met de zeilen en vinden uiteindelijk een koers die bijna recht naar La Coruña gaat, zonder al te veel te rollen of te klapperen. Soms neemt de wind even af, maar nooit lang, en we kunnen steeds minstens 3 knopen blijven varen naar het zuiden. Als ’s avonds de zon ondergaat zien we het opeens: Land in zicht! We varen voor de kust van Spanje, we zijn Biskaje over, het is gelukt! We zetten biertjes en de bij vertrek gekregen champagne koud, voor bij aankomst. Nog één nachtje doorvaren en we zijn er!

Land in zicht!

De volgende ochtend zien we La Coruña voor ons opdoemen. Het is nog 10 zeemijl, dus over een uur of 3 zijn we er. Maar dan valt toch nog onverwacht opeens de wind volledig weg. Het is alsof de weergoden ons willen treiteren: alles ging goed, tot 10 mijl uit de kust van onze bestemming! We doen wat we kunnen met onze zeilen, maar het heeft echt geen zin: de halve knoop die we nog varen komt van de stroming en gaan richting rotskust. Wat kunnen we doen? De weerberichten voorspellen geen verandering in de situatie de komende 24 uur. Nu we toch stilliggen, besluit Jelle het probleem van dichtbij te bekijken. Gezekerd aan een landvast duikt met zijn duikbril op onder het schip. Even later komt hij proestend boven: “Ja, die zit inderdaad vast. En het duurt wel even om hem los te krijgen”. Daar is op zee geen beginnen aan: het mag dan windstil zijn, er staat nog steeds een behoorlijke deining. Het schip beweegt daarom flink op en neer, wat werken aan je onderwaterschip gevaarlijk of zelfs onmogelijk maakt.

We overwegen of we misschien de bijboot kunnen inzetten om onszelf te slepen, maar verwerpen dat idee onmiddellijk: het is nog zeker 10 mijl naar een haven, dat redden we niet met de voorraad benzine, áls we al genoeg vermogen zouden hebben om te slepen. Zit er dan echt niet anders op dan te wachten tot we ooit een keer weer wind krijgen? Waar belanden we dan met de stroming? En hoe komen we dan een haven in? We speuren de AIS af op zoek naar een voorbijganger die ons een sleepje kan geven. Maar in de we zien alleen twee vissers voor onze neus heen en weer varen.

Geen zuchtje!

Urenlang drijven we zo rond, terwijl we intussen de afwas doen, de boot opruimen, ontbijten en lunchen. Dan nemen we toch maar contact op met de kustwacht en leggen de situatie uit. Monter klinkt uit de marifoon: “We zien jullie op AIS, de brigade maakt zich klaar en komt over 10 minuten naar jullie toe!” Ho, dat was nu ook weer niet de bedoeling! We vragen de brigade om even te wachten: we moeten eerst met de verzekering bellen, om te vragen of dit gedekt is. Ook vragen we om een prijsindicatie. Geen bedrag dat we graag zelf ophoesten! Even later leggen we onze verzekeraar TVM de situatie voor: er is geen direct gevaar, maar we kunnen zonder motor hoe dan ook geen haven in, en zonder haven kunnen we hoe dan ook het probleem niet oplossen. Er is ook geen zicht op wind om verder te varen. Ze gaan vrijwel meteen akkoord, ook na de prijsindicatie die we doorgeven. Twee minuten later hebben we via mail (leve 4G aan boord) op schrift dat ze de kosten van de sleepdienst én van het eventueel op de kant zetten van het schip zullen vergoeden. Dus roepen we de brigade weer op: kom ons maar halen, je weet ons te vinden!

Binnen een half uur komt er een fel oranjerode reddingsboot naar ons toe stuiven over de spiegelgladde zee. Ik voel me een beetje beschaamd: het is echt een enorme reddingsboot waarmee ze volgens mij een olietanker nog zouden kunnen slepen en goed beschouwd is dit nauwelijks een noodsituatie te noemen. Toch is een sleep naar de haven voor ons ideaal, en als zowel de reddingsbrigade als de verzekering akkoord zijn, wie ben ik dan nog om daar moeilijk over te doen? Ze gooien ons een sleeplijn aan, die we bevestigen aan onze bolders. Daarna varen ze met een grote boog richting A Coruna, zodat de sleeplijn langzaam strak komt te staan. De Vrijstaat verandert in een speedboot: met 7,5 knoop wordt ze door het water getrokken, met een enorme hekgolf achter haar aan. Even vraag ik me af of ze hier wel tegen bestand is, maar dan herinner ik me de kracht van de zee afgelopen zaterdag: dit kan ze zeker weten hebben. Wel horen we het anker langs de sleeplijn schuren. Jelle gaat naar voren en constateert dat de lijn langzaam wordt doorgezaagd door het anker. Via de marifoon roepen we de slepers op om even stil te houden, zodat wij het anker aan dek kunnen halen. Als we daarmee klaar zijn roepen we ze op: “Listo! Vamonos!”. Maar zij staan op het achterdek met hun hoofd te schudden en naar ons schip te wijzen. We checken de sleeplijn en begrijpen al snel waar het om gaat: de lijn is om het roerblad van de windvaansturing heen gaan zitten. Om hem eraf te krijgen moet de lijn er onderdoor, maar dat lukt me met de pikhaak bij lange na niet. Terwijl ik nog sta te prutsen heeft Jelle zijn kleren al uitgetrokken en duikt hij in het water. Snel haalt hij de sleeplijn los en klimt weer aan boord. De reddingsbrigade staat lachend op het achterdek, de duimen omhoog: we kunnen verder!

Drie uur na de melding varen we de havenmonding van La Coruña binnen. De operator heeft geregeld dat we terecht kunnen bij de Marina Seca, waar ze het schip op de kant kunnen zetten. De reddingsbrigade haalt ons langszij. Veiligheid voorop: ze reiken ons twee mondkapjes aan. Dat is ook zo: hier in Spanje is een mondkapje overal verplicht. Als ook wij ze ophebben is het tijd voor de nabespreking. Jelle laat de slijtage aan de sleeplijn zien en legt nog een keer uit waarom we moesten stilliggen. De mannen knikken begrijpend. “Maar wat ik niet begrijp: hoe kwam die lijn nou om jullie windvaan terecht… we zijn toch niet om jullie heen gevaren?” Een ander vult lachend aan: “Wij varen hier vandaag nog tussen een groep orka’s, en jij springt voor we er erg in hebben zomaar overboord!” Ik handel intussen het papierwerk af in de indrukwekkende stuurhut van de reddingsboot. Ik heb onze hele map met zorgvuldig gedocumenteerde scheepsadministratie bij me. “Wát een papieren!” verzucht de kapitein. “Tsja, Nederland… hè?” Hij knikt meewarig en geeft me het formulier waarop onze gegevens ingevuld moeten worden. “Vul zelf maar in. Wel een beetje netjes graag!” Ik controleer nog even of de ingevulde uren kloppen en onderteken de rekening. Die kan gelukkig naar de verzekering!

De brigade zet ons af aan de kade bij de Marina Seca, iets ten zuiden van de stad. De havenmeester komt bij ons langs en vraagt hoe en wat. We leggen de situatie uit: dat we net uit Frankrijk zijn komen varen, maar dat die laatste 10 mijl ons niet gegund was door een lijn in de schroef. “Ga eerst maar even bijkomen, ik zie je later wel in het kantoor”.

We kijken elkaar aan en slaken tegelijk een diepe zucht: Het is gelukt, we zijn er! Kapitein Klungel en Stuurman Stuntel zijn de golf van Biskaje over! En terwijl een zacht briesje vanaf zee de namiddag aankondigt ploffen wij met een koud biertje neer in de kuip. Salud!

Wil je onze posts in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan hieronder in voor de Vrijstaat flessenpost!

Reacties

Wat hebben jullie een lef! Het leest als een spannende avonturenroman. Een warme knuffel voor kapitein Superwoman en stuurman superman. 🙂

Wat een avontuur. En jullie bleven toch wel kalm. Het is maar goed dat jullie prima communicatieapparatuur aan boord hebben en een uitgebreide verzekering. Maar toch ook wel een vuurdoop. Hans

Hallo zeiljacht Vrijstaat.
Wij, de crew van de Wildeman, ( http://www.wildemanopzee.nl) zijn ook binnengesleept door de kustwacht, omdat we een visserslijn in de roerkoning hadden en het roer/ stuurwiel niet meer konden gebruiken. Het was helaas geen rustige zee, dus een duik nemen om de visdraad los te maken, was geen optie. Een hele onderneming, maar prima door de kustwacht geholpen en de kosten werden door de verzekering betaald. Veel plezier en succes met jullie zeilreis.
Groet José

Hoi José! Leuk dat je meeleest. Heb ook even jullie site bekeken; mooie avonturen! Voor ons nog een hoop om naar uit te kijken. Groet,
-Anne

Wat een heerlijk verhaal weer om te lezen. Met verbazing en bewondering, want ik ken echt helemaal niets van varen. Op naar het volgende avontuur. Stay safe! Groetjes uit België!

Hé,he….!
Ik zit nog na te puffen vanhet zojuist lezen van jullie stoomcursus oceaanzeilen.
Met glans geslaagd! Anneke en ik zijn apetrots dat we – na Douwe – nog meer diep water ervaring in defamilie hebben. Wij beperken ons maar tot de wadden, dat is ons spannend genoeg! Veel plezier bij. het vervolg van jullie reis naar het zuiden

Wat leuk dat jullie ook meelezen! Ja Dirk, mijn zeezeilloopbaan begon met jou op ‘t wad. Goede herinneringen, anders hadden we hier nu vast niet gezeten 😄 Liefs! A

Hallo,
Wie schrijft, die blijft! Was vroeger bij ons aan de klaverjastafel een vaste uitdrukking. Dat had natuurlijk een heel andere betekenis dan jouw schrijven.
Maar voor mij mag je blijven schrijven. Ik zit van al jullie avonturen te genieten, alsof ik er zelf bij ben. Sterker nog: ik heb ze allemaal beleefd zoals jullie ze nu beleven. Ik ben 8 jaar geleden vertrokken voor een wereldreis die eindigde in een rondje Atlantic omdat ik aan singlehand zeilen geen plezier meer kon beleven. Wel heb ik van al die reizen die ik gemaakt heb stukken geschreven die ik aan het herschrijven en aan het bundelen ben. Het rondje ‘Atlantic’ is bijna af. Jouw schrijfstijl inspireert me weer om een aantal stukken verder aan te punten. Ga zo door, blijf schrijven. Ik blijf genieten!

Wat een prachtig verhaal weer! En over de boterham met ei😂🤣😂arme jij! Maar ook dat lukt je….met zout🙏🏻🤣 heerlijk om te lezen. Wederom goeie vaart!!!

Geef een reactie