We hebben onszelf beloofd dat het na het oversteken van de Golf tijd is voor het Grote Genieten. Dat de schroef buiten werking is door een overboord geslagen lijn is dus eigenlijk geen probleem meer nu we veilig in de Marina Seca liggen. We doen het lekker rustig aan en hebben weinig moeite om ons aan te passen aan het kalme tempo waarop de dingen hier gaan. We praten met de havenmeester, die ons voor afspraken over de botenlift doorverwijst naar zijn receptioniste. Zij geeft ons de prijzen van een aantal opties: het schip met de botenlift voor hoe lang we dat willen op de kant zetten, het schip voor 2 uur uit het water hijsen terwijl het in de lift hangt, of bij de nabijgelegen duikschool een duiker betalen om de lijn uit de schroef te halen. We krijgen de prijzen mee. “Denk er rustig over na, laat het me morgenochtend maar weten, dan ga ik daarna informeren wanneer de chef van de werkplaats tijd voor jullie heeft”.

De volgende ochtend laten we haar weten dat we graag voor 2 uur op de kant gaan. We kunnen dan meteen ook onze anodes checken of vervangen en misschien iets aan onze waterlijn doen. Die blijkt niet zo goed te hechten en bladdert langzaam af. De receptioniste verwijst ons door naar de havenmeester: “overleg met hem maar wat je wilt doen”. Één hokje verder haalt de havenmeester zijn schouders op: “voor twee uur de kant op? Goed hoor, regel het maar met mijn receptioniste”. Terug aan de balie wordt ijverig geknikt: “Voor twee uur de kant op? Goed, ik vraag aan Chef Werkplaats wanneer het hem schikt”, waarna ze het pand in verdwijnt. Een kwartiertje later komt ze terug: of we even mee willen lopen. We gaan, zo blijkt, op audiëntie bij Chef Werkplaats. Hij is er kort over: “Voor 2 uur de kant op? Morgen om half 3”. “Lokale tijd?” vraag ik nog, gewend als ik inmiddels ben aan het gehannes met UTC en zomertijd. Hij laat me zijn horloge zien. Lokale tijd. Dat is geregeld!

Vandaag hebben we dus de tijd om een wandeling te maken, wat boodschappen te doen en -niet onbelangrijk- ons huis op te ruimen. Doordat we zo op Biskaje gefocust waren is de huishouding er een beetje bij ingeschoten en is de kajuit van de Vrijstaat veranderd in een waar zeerovershol. Ik verlang opeens hevig naar een boot die naar zeep en waspoeder ruikt en waar de lakens fris en gestreken zijn. Dus gaan we aan de slag: ik boen de vloer met groene zeep, maak de keukenkastjes schoon en hang het beddengoed over de giek om te luchten. We trakteren onszelf op een wasserette, dus Jelle gaat op pad met twee volle tassen: voor zóveel vieze was is dat het waard; met de hand kost dat ons een hele dag. We spoelen het dek met zoet water, bergen alle losse spullen op, maken de koelkast schoon en droog (waar komt toch altijd die laag water vandaan!?) en brengen het afval naar de container. Daarna maken we dankbaar gebruik van de warme douches op het terrein. Met gekamde haren en schone kleren aan klimmen we even later weer aan boord. Heerlijk, we zijn weer mens!

La Coruña

De rest van de dag nemen we de tijd voor een stadswandeling. We liggen niet erg centraal, maar na drie dagen in een kleine ruimte is een lange wandeling erg welkom. De stad is groter dan we dachten, maar -zeker het oude centrum- sfeervol en plezierig. Wel valt het ons op hoe rustig het hier is: ligt dat aan het tijdstip van de dag, of is het zo uitgestorven vanwege Covid? De jachthavens in het centrum lijken ons ook behoorlijk leeg. Dat kan er ook aan liggen dat wij laat in het seizoen zijn: de meeste andere vertrekkers zijn allang uit La Coruna naar het zuiden vertrokken. We weigeren ons daardoor op te laten jagen: andere vertrekkers hebben misschien een vastomlijnd plan en tijdsframe, bijvoorbeeld voor een ‘rondje Atlantic’. Wij hadden nu juist besloten om zonder vaste plannen te varen naar waar de wind ons brengt, voor zo lang als we daar zin in hebben.

Toch kan ik het niet helpen dat ik ’s avonds de weersmodellen zit te bekijken. Een medezeiler fluisterde ons namelijk in dat het in de herfst rond Cabo Finisterre geregeld verschrikkelijk hard waait. Hoe later in het jaar, hoe lastiger het wordt om een weervenster te vinden om die kaap te ronden. Het zaait opnieuw onrust in mijn hoofd: de herfst komt eraan, we moeten naar het zuiden!

Vrijstaat in de lift?

Van naar het zuiden varen is geen sprake zolang de schroef niet werkt. De volgende dag komen twee kerels van de werf (een barse opzichter en zijn zachtaardige assistent) ons bij dat probleem helpen: ze geven ons een sleepje naar de botenlift. Wij staan aan boord met grote ogen te kijken naar hoe ze dat doen. De Vrijstaat heeft van ons drieën misschien nog wel het meest eigenwijze karakter -en dat zegt wat! Ik heb allang opgegeven mijn wil aan haar op te leggen als ik achteruit een box in of uit moet manoeuvreren. De tactiek is: motor zachtjes aan, kijken waar de Vrijstaat heen wil en daarop anticiperen. Meestal verwaait de boeg zo heftig dat het lijkt alsof we wél een boegschroef hebben. Ik heb dus de neiging de slepers te waarschuwen: achteruit die lift in? Vergeet het maar! Maar ze hebben duidelijk vaker met dit bijltje gehakt: de sleepboot duwt en trekt nu eens aan stuurboord, dan weer aan bakboord, en even later drijft de Vrijstaat heel kalm en rustig achteruit (!) de botenlift in. Wij kunnen een staande ovatie nog net onderdrukken.

Sleepje naar de botenlift

Daarna gaan ze aan de slag met de hijsbanden: beetje naar voren, beetje omhoog… Hijsen maar! Terwijl wij nog steeds aan dek staan stijgt de Vrijstaat op als een ruimteschip. Als haar kiel zichtbaar wordt trekt er opeens een schok door de boot. De opzichter, die in de sleepboot zit en kijkt of alles recht hangt, foetert naar de machinist: “Naar beneden, naar beneden!”, terwijl hij druk gebaart met zijn armen. Blijkbaar is de voorste hijsband gaan slippen over onze schuin aflopende kiel. Ze doen een tweede poging, en even later een derde. De opzichter wordt met elke poging barser en bozer en zijn gezicht staat op onweer. Ook de havenmeester komt kijken. “Is dit waarvoor je me dat uurloon betaalt!? Dit schip laat zich niet hijsen!” bijt de opzichter hem toe. De havenmeester legt ons uit wat er precies aan de hand is: het lukt niet om de Vrijstaat gebalanceerd in de botenlift te krijgen. Op de ene band staat veel meer gewicht dan op de andere en ze zijn bang dat het schip in zijn geheel uit de banden glijdt als ze verder hijsen. Dat lijkt ons een nachtmerrie, dus we gaan ermee akkoord dat we de operatie staken. Zoals ik al zei: de Vrijstaat is ‘een tikkie’ eigenwijs.

De oplossing

Het schip is ongeveer een halve meter omhoog gehesen. Daardoor staat de schroef nu vlak onder het wateroppervlak. “Wacht!” commandeert de opzichter ons, waarop hij met zijn assistent en de havenmeester de werfhal in verdwijnt. Vertwijfeld kijken we elkaar aan: wij staan nog steeds aan dek van de Vrijstaat, die op half zeven in de botenlift hangt. Geen idee wat nu de plannen zijn. Na tien minuten vind ik het wel welletjes en klauter ik met een klimmerstrucje via de kademuur omhoog. Precies op dat moment komt er een reusachtige vorkheftruck naar buiten, met op de lepels een half slap rubberbootje. Die gaat bij de botenlift naar beneden, zodat we vanaf daar bij de schroef kunnen.

En dan is het probleem snel opgelost: Jelle klimt in het bootje met het reusachtige zwaard dat hij bij zijn afscheid van zijn collega’s kreeg. “Om piraten een kopje kleiner te maken!”, riep Jelle bij het uitpakken. “Om kokosnoten mee open te hakken!”, zeiden zijn collega’s. Niemand had geraden dat het het perfecte gereedschap zou blijken om een in de schroef gedraaide lijn mee los te snijden. Bedankt, ROM! Met een paar halen is het klaar en houdt Jelle triomfantelijk de vangst omhoog: een lang eind gerafeld touw, opgefrommeld tot een dikke kluwen. Geen wonder dat de motor het bijltje erbij neergooide. Jelle controleert de schroef nog even op speling, maar behalve de draaiing die we nodig hebben is er geen beweging in te krijgen. Gelukkig maar!

Even later varen we dus de botenlift weer uit, volle kracht vooruit op eigen schroef. Onze dieselmotor Victor draait alsof er niks gebeurd is en in zijn achteruit is de Vrijstaat weer gewoon haar eigenwijze zelf. We kunnen weer!

Reacties

Wat fijn dat het gelukt is om met zwaard en al de schroef te bevrijden. Echte helden zijn jullie😁. Ik ben heel benieuwd naar jullie volgende avontuur. Je zou een boek kunnen schrijven! Groetjes uit Frankrijk (want daar zitten wij nu). 😉

Geef een reactie