“Ik vermoed”, zegt Jelle vanuit de hangmat, “dat we dood zijn.” Ik kijk vragend op van mijn boek. “Ik denk verzopen op de golf van Biskaje”, vervolgt hij, “of opgevroten door een orka bij A Coruña. Er is dus tóch een hiernamaals.” Ik kijk om me heen en glimlach breed: het mag dan klinken als gebazel, maar ik begrijp heel goed wat Jelle bedoelt. Een maand geleden zwierven we nog rond in een apocalyptisch doolhof van coronahaarden, eindeloos regressieve klussenlijsten en niet-aflatende tegenwind. Nu kabbelt het leven rustig voort aan boord van de Vrijstaat. Het is prachtig nazomerweer en elke paar dagen verruilen we onze omgeving voor een nieuw en schitterend decor om in te fietsen, te wandelen en te zwemmen. Alles aan boord werkt naar behoren en coronamaatregelen gelden aan boord van de Vrijstaat niet. Op ons dooie gemak varen we naar het zuiden, zonder deadlines, zonder zorgen om weervensters en zonder bucketlist van bestemmingen. In plaats van televisie kijken we regelmatig een live natuurfilm: niet alleen naar kijkcijferkanon ‘de dolfijnenshow’, maar ook naar ‘meeuwen boulevard’ (de jongen zijn inmiddels bijna volwassen) en ‘harder vandaag’. Zo ontdekken we dat harders ons helpen het onderwaterschip schoon te houden: je ziet ze vaak op de kop langs onze romp schuiven, terwijl ze de algen (harders zijn vegetariërs) eraf schrapen. Doordat we meer tijd hebben en bijna altijd buiten zijn, zien we veel meer van het natuurschoon onder onze neuzen. Het lijkt inderdaad wel alsof we in een andere werkelijkheid beland zijn.

Hoog bezoek!

Toch dringt de buitenwereld natuurlijk regelmatig binnen. We krijgen bezorgde appjes over rode reisadviezen en agressieve orka’s, bijten onze tanden stuk op de Spaanse krant en krijgen op ons kop van de guardia civil als we onze mondkapjes in het park eventjes hebben afgezet. De hele dag zo’n snotlap voor je neus hebben is bepaald geen pretje, maar zelfs als er in een straal van 10 keer 1,5 meter niemand te bekennen is, is het tonen van je blote bakkes nog verboden. Het maakt het lastiger om contact te maken, want als ik nu vriendelijk glimlach naar een voorbijganger ziet die alleen twee groene ogen boven een wit mondkapje op zich gericht. Helpen lijkt het ook niet te doen: de coronacijfers in Spanje rijzen de pan uit, en hele families vertrekken uit voorzorg naar de dorpen, omdat de grotere steden op slot dreigen te gaan. Intussen valt ons wel op dat er met de week meer wegwerpkapjes in de struiken en in zee lijken te liggen. Mag ik alvast voorspellen dat er binnenkort heel wat zeeschildpadden en jan-van-genten als bijvangst van het coronavirus zullen sterven?

Gastenvlag

Behalve voor ons slordige mondkapjesgebruik worden we door de guardia civil nog op een andere slordigheid gewezen: we varen al vanaf vertrek zonder vlag. In Nederland zagen we geen noodzaak om erg vlaggetrouw te zijn en in het buitenland is het lastig een Nederlandse vlag te kopen. Ook een gastenvlag hebben we nog niet bemachtigd, deels uit luiheid, deels omdat we niet zeker weten of dat eigenlijk verplicht is. Maar nadat we er in een week tijd drie keer op aangesproken zijn door de autoriteiten, gaan we toch op zoek. De plaatselijke Chinese winkel heeft voor ons de ideale oplossing tegen een absolute bodemprijs: voor een handvol kleingeld kopen we een kinderslinger van vlaggetjes: Nederland, Spanje, Portugal, Italië, Griekenland, Frankrijk, België… voorlopig zijn we goed voorzien!

12 vlaggen in één klap

We varen intussen langzaam verder zuidwaarts: we ruilen de Ría de Muros in voor de Ría de Pontevedra, waar we een schitterende ankerplaats op Illa de Arousa vinden. Daarna varen we naar Isla Ons, waar ik een permit voor heb aangevraagd. Het is onderdeel van het natuurgebied Islas Atlanticas en daarom niet zonder meer toegankelijk. Als we bij de aangewezen ankerplaats aankomen bedenken we ons: het waait te hard, er is te weinig beschutting en we hebben geen zin in een onrustige nacht. Dus varen we een stukje verder naar Portonovo. We gaan voor anker in een beschutte baai, naast de ‘Zilveren maan’: een andere Nederlandse kits, maar dan een flinke slag groter dan de onze. Robin en Angelique nodigen ons uit voor een borrel aan boord. Het is gezellig, de drank vloeit rijkelijk en we krijgen een rondleiding door hun ferrocementen onderkomen. Een zee van ruimte, vinden wij, al zijn hun kasten net zo volgestouwd als bij ons aan boord. Zo gaat dat: meer ruimte trekt meer spullen aan en hoewel het verleidelijk is te denken dat zij het met hun ruime schip beter treffen dan wij met het onze, kennen we inmiddels tal van argumenten die het tegendeel vertellen. Zo kan ik het onderwaterschip van de Vrijstaat precies één keer rondom schrobben voor ik onderkoeld raak, merk ik als ik de dag daarna van mijn kater ben bekomen.

Bij portonovo, naast Zilveren Maan
Cíes-eilanden

Na Portonovo varen we door naar Vigo, is het idee. Onze fietsen zijn toe aan een onderhoudsbeurt en daarvoor hebben we een goed gesorteerde fietsenzaak nodig. Maar als we op weg daarheen langs de Cíes-eilanden varen en ons in een reclamefolder van de firma droombestemmingen wanen, is ons plan al snel weer bijgesteld: snel regel ik online een vergunning, zodat we ons anker kunnen laten zakken voor het witte zandstrand dat perfect beschut achter een groene heuvel ligt. De volgende ochtend staan we nog voor zonsopkomst op het strand, om in alle rust een wandeling te maken langs de zuidkust van het eiland. De veerpont met toeristen vaart zo vroeg niet, en ook op de ankerplaats is het rustig: er ligt een handvol andere zeilers, grotendeels uit Scandinavië. Ze zullen tegelijk vertrokken zijn met de grotere groep Nederlanders die inmiddels al in Portugal zit. Met ons luie tempo zakken we dus steeds verder naar achteren in het klassement, zodat we nu de achterhoede vormen. Prima, want in de wedstrijd rustig aan doen zitten we daarmee in de kopgroep.

We doen, we doen
wie het langzaamst kan fietsen.
We doen, we doen
wie het vlugst slapen kan.
We doen, we doen
wie het langzaamst kan niezen.
Zo’n wedstrijd, zo’n wedstrijd
daar hou ik wel van.

Karel Eykman
Cíes
Zonsopkomst Cíes
Vrijstaat voor anker bij Cíes
Eindelijk beet!

Na 2 nachten Cíes varen we verder, omdat er stevige wind op komst is. Ons nieuwe visgerei (een paternoster voor makreel) dat we op Illa de Arousa kochten gaat aan een hengel overboord: tot nu toe is het ondanks talloze pogingen niet gelukt iets anders te vangen dan zeewier. Blijkbaar hebben we nu de juiste combinatie visgerei-snelheid-locatie te pakken, want we hebben beet: 4 vissen aan één lijn! We schrikken er zelf van: en nu dan? De Elsevier vissengids uit de jaren ’80 blijkt op dit vlak gelukkig nog actueel: na enig zoekwerk blijken het inderdaad makrelen te zijn. Jelle neemt het op zich om ze van het leven te beroven, waarna ik ze klaarmaak voor consumptie. We vragen ons af hoe anderen dat doen: sla je zo’n vis dood met zijn kop op het dek? Laat je ze sterven in een bak zoet water? Onthoofd je ze met een ferme slag met het vrijstaat-zwaard? De rol van beul ligt ons niet goed, maar er blijkt zo snel ook geen duidelijk antwoord voor handen op de vraag hoe je de dood voor de vis zo snel en pijnloos mogelijk maakt. Advies van ervaringsdeskundigen is dus erg welkom.
Na deze succesvolle vangst van een ethisch vraagstuk zoeken we beschutting bij Moaña en trakteren onszelf voor het eerst sinds Ramsgate op een verblijf in een marina. De verse makreel smaakt fantastisch bij gebakken aardappel en koolsla. Wat er bij ons uit de kombuis komt mag dan eenvoudig zijn, voor ons gevoel eten we als koningen!

Versere makreel kan niet!
Helse zaterdag

Als de wind weer is gaan liggen steken we de baai over naar Vigo. We vinden een kleine ankerplaats naast een jachthaven, waar we de fietsen van boord zetten. Daarna begint onze missie: het is een kilometer of 8 door de stad fietsen naar de Decathlon, waar we naast fietsgerei ook een wetsuit en nieuwe sandalen willen kopen. We fietsen als een kreupel duo: mijn versnellingskabel is stuk, zodat ik de berg niet op kom. Jelle’s remkabel is stuk, zodat hij de berg niet veilig af komt. We kiezen dus een route langs grote autowegen, want die zijn niet zo steil. Maar het is zaterdag, dus is het loeidruk in het verkeer. Dat zijn we niet meer gewend en we komen alletwee dan ook met suizende oren en grote pupillen bij de winkel aan. Daar blijkt het natuurlijk ook zaterdag te zijn, dus is het ook daar loeidruk. Omdat we het belang van goed werkende fietsen net aan den lijve hebben ondervonden, gaan we toch maar naar binnen. Onmiddellijk verdwalen we in het eindeloze aanbod: fietskabels, sandalen, duikbrillen, dansschoenen, tennisschoenen, hardloopschoenen, wandelschoenen, trailschoenen, golfschoenen, duikschoenen, bootschoenen en t-shirts voor elke mogelijke tak van sport. Alles in minstens 7 prijsklassen, 5 kleuren en 6 maten. Het kost ons uren om het doolhof te doorkruisen en ongemerkt wordt het om ons heen drukker en drukker. Terwijl een gezin het ene gangpad blokkeert, peinzend over de aanschaf van een speciale badhanddoek voor kinderen van 5 tot 7 die in een gechloreerd buitenzwembad willen zwemmen, probeert in een volgend gangpad een jongeman zijn oude vader in een rolstoel langs het bankje te wurmen waarop een dikke dame haar zevende paar nordic-walking-schoenen past. Door naar het volgende gangpad: visgerei. 700 verschillende soorten nepaas staren me aan, terwijl een hele school mannen van middelbare leeftijd met een buikje naar ze terug staart. 1,5 meter afstand houden zit er niet in, maar daar maakt niemand zich druk om: iedereen draagt immers netjes een mondkapje? Nét als de stoom uit mijn oren begint te komen en ik (intern) begin te gillen tref ik Jelle aan bij de sandalen: “deze zijn maar één maat te klein, dus ik neem ze.” Met schoenmaat 48 moet je niet te kieskeurig zijn. Daarmee is ons lijstje klaar en kunnen we eindelijk weer naar buiten. In de schemer banen we ons een weg langs rotondes, busbanen en verkeerslichten. Het is al donker als we terug zijn bij de boot. Uitgeteld ploffen we neer. We hebben alles waarvoor we kwamen: kabels voor de fietsen, een duikbril en wetsuit voor werk aan het onderwaterschip, nieuw schoeisel voor ons allebei. Maar op zaterdag de stad in… nooit weer!

Baiona

We hebben nu nog één klusje te klaren in Spanje: Jelle’s hoofdtelefoon heeft het begeven en via de Spaanse marktplaats heeft hij een tweedehands oerdegelijk model gevonden. Die moeten we oppikken in de baai van Baiona. We vertrekken uit Vigo met wind en zon in de zeilen, maar binnen 30 minuten krijgen we de eerste bui over ons heen. Jelle geeft me vanuit de kajuit gauw mijn zeilbroek aan, die ik uit tijdsnood over mijn zeiljas heen aantrek. Tien seconden later komt het water met bakken uit de hemel en trekt een venijnige wind de Vrijstaat met een ruk onder helling. Het zoete water van boven vindt via mijn zeiljas zijn weg naar mijn onderbroek, terwijl het zoute water bij mijn nieuwe gympen (pardon, ‘streetdanceschoenen’) naar binnen klotst. Geintje van de herfst. Gelukkig zeilen we de rest van de tocht precies tussen de buien door. Achter ons doemt na een uurtje een schip op met een rompvorm die me bekend voorkomt. De AIS bevestigt: daar vaart de Zilveren Maan! “Hé Vrijstaat, zijn jullie heelhuids door die bui heen gekomen?” klinkt even later uit de marifoon. “Op een natte onderbroek na!”, bevestigt Jelle. Ook zij zijn op weg naar Baiona en ook zij hebben geen haast. Maar de wedstrijd ‘langzaam varen’ winnen wij!

Zilveren maan vaart ons voorbij
De vrijstaat onder zeil (dank, zilveren maan!)

Vanuit Baiona wandelen we naar San Pedro da Ramalossa, waar we afgesproken hebben met de verkoper van de koptelefoon. Het is een prachtig oerdegelijk ding, ongetwijfeld Jelleproof. Nu we hier toch liggen en de modellen de komende dagen een windstilte voorspellen, besluiten we ook een dag of wat rond te kijken. We liggen voor anker vlak naast de imposante kasteelmuren. Ooit vormden die een verdediging tegen de vijand, maar nu vormen ze een uitstekend wandelpad met uitzicht op zee en over Cíes. Ook het plaatsje zelf is de moeite waard, al heeft het duidelijk te kampen met veel leegstand.

Als de windstilte voorbij is maken we de boot klaar voor vertrek naar Portugal: afwassen, opruimen, route plannen, afval wegbrengen, boodschappen doen, bijboot opvouwen, alles vastsjorren aan dek, slingerkooi klaarmaken, brood bakken, eten koken… Je bent er zomaar een hele dag zoet mee, zeker als je tussendoor ook nog van het lekkere weer wilt genieten. Tegen de avond zijn we klaar en varen we uit: Dááág Spanje, tot ziens!

Zoals voorspeld staat er een zachte noorderwind. Omdat we naar het zuiden varen hebben we de wind dus recht van achteren. “Geweldig!”, hoor ik je denken, maar zo simpel is dat niet. We hebben namelijk ook deining schuin van achteren, waardoor het schip ontzettend heen en weer rolt. Daardoor gaan de zeilen klapperen, wat voor veel herrie en onrust zorgt. Voor de wind is daardoor meestal geen comfortabele koers. Eigenlijk zouden we de genua uit moeten bomen, maar omdat het donker is en alles nu juist mooi vastgesjord ligt laten we het erbij. Jelle neemt de eerste wacht, maar slapen wil niet lukken. Later worden de omstandigheden iets beter, waardoor ik tijdens mijn wacht de genua aan bakboord en het grootzeil aan stuurboord kan houden, zonder al te veel geklapper.

Tijdens Jelle’s tweede wacht valt de wind bijna volledig weg en bouwt de mist op. We zijn dan in de buurt van Porto en besluiten dat dat wel weer ver genoeg is. De motor gaat aan en ik neem de wacht over. Op AIS zie ik dat een schip ons nadert, maar ik zie niets aan de horizon. “Zal wel een visser zijn”, denk ik. Het dringt pas tot me door hoe dicht de mist is als ik plots een groot vrachtschip zie opdoemen: niks visser! Ik geef voor de zekerheid wat extra gas om ruim baan te maken, want hoe goed zichtbaar ben ik zelf eigenlijk met mijn witte zeilen tegen een witte achtergrond?  Even later koers ik af op de havenkom van Matosinhos, iets ten noorden van Porto. Dat is een overzichtelijker aanloop dan Porto zelf, en dat lijkt me in deze omstandigheden wel zo prettig. Op mijn scherm zie ik precies waar ik vaar: tussen de havenhoofden in. Maar hoe ik ook tuur, om me heen zie ik niets anders dan een muur van grijzigheid. Langzaam vaar ik verder tot op de ankerplaats. Tussen twee grote catamarans (zichtbaar op AIS) laten we het anker zakken. Ik duik de kajuit in om lunch en koffie te verzorgen. Als ik even later weer buiten kom is het alsof iemand aan een groot gordijnkoord heeft getrokken: de laatste mistflard zie ik nog net de haven uit trekken. De onthulling valt een beetje tegen, want de haven van Matosinhos is niets dan industrie. Dus gaat na de lunch het anker weer omhoog: we varen door naar Porto.

Monding van de Douro

Porto ligt op steenworp afstand (als je heel hard gooit) en omdat de wind weer terug is zijn we er zo. Op de navily app zien we dat je voor anker kunt in het centrum van de stad, op de rivier de Douro. Dus varen we langs de pier de rivier op, onder de brug door. Dat we een landsgrens over zijn is meteen duidelijk: ook hier staan op de pier mannen van middelbare leeftijd met een buikje te vissen, maar anders dan in Spanje dragen ze hier geen mondkapjes. Twintig paar bruine ogen in lachende gezichten kijken ons na. Wat een opluchting! Behalve de oude binnenstad van Porto doemt er op de rivier nog iets anders op: een schip met een bekende rompvorm… De zilveren maan! Het lijkt wel alsof we het erom doen… We gooien het anker een stukje achter hen uit, maar nog voordat we liggen worden we vanaf de wal aangesproken door de maritieme politie. Ankeren is hier niet de bedoeling, zeggen ze, en ze verwijzen ons naar een ankerplaats naast de marina. Blijkbaar geldt dit verbod alleen voor kleine blauwe scheepjes, want de zilveren maan mag blijven liggen waar ze ligt. Mokkend halen we ons anker in en doen braaf wat oom agent ons vertelt. Om nu onmiddellijk in conflict te komen met de autoriteiten is ook zo wat… We varen dus terug richting zee en laten ons anker vallen naast de jachthaven. We zijn precies op tijd voor onze eerste Portugese zonsondergang. Morgen brengen we de fietsen aan land en gaan we Porto verkennen!

Voor anker bij Porto
Wil je onze posts in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan hieronder in. 

Reacties

Dag Jelle en Anne
Wat leuk om jullie avonturen vanuit Wedde mee te mogen maken
Prachtig om zo onbezorgd te kunnen leven.
Ergens benijd ik jullie wel
Heel veel liefs van Jantje

Wat een heerlijke schrijfstijl, het voelt bijna of ik erbij ben… Zelf hebben de jullie route drie jaar geleden in omgekeerde richting gevaren. In veel te korte tijd, dit gaan we volgend jaar overdoen, met dezelfde ‘traagheid‘ als jullie.

Hoi Renita, leuk dat je met ons meeleest! Misschien komen we elkaar volgend jaar dan nog tegen op het water, voor een wedstrijdje langzaam varen 😉

Geef een reactie