Sinds we eind Juli uit Nederland vertrokken is niets meer hetzelfde: geen vaste woonplaats, geen vrienden en familie om ons heen, geen vaste dagindeling, geen weekroutine en geen stamkroeg. Elke dag is anders, elke week wonen we op een andere plek, elke maand zijn we in een ander land. Toch is er één continue factor: de Lidl. In Nederland waren we al vaste klant, omdat het assortiment zo lekker overzichtelijk is. Wil je pindakaas? Dan kun je kiezen uit een variant mét of zónder stukjes. Daar houdt de keuze op. Niks geen pindakaas met caramel-zeezout, extra smeuïg, extra crunchy, 100% pinda, pindakaas light of ‘sportpindakaas’, en ook geen light, dark of medium roast. De 51 (!) varianten van de Appie kunnen ons gestolen worden: “Bie de Lidl” staan we binnen een kwartier weer buiten met onze boodschappen, zonder te hoeven verdwalen in een consumptiedoolhof. Gelukkig voor ons is de Lidl in heel West-Europa goed vertegenwoordigd. Het assortiment en de layout van de winkel is overal bijna gelijk, behalve dat ze in Portugal (hoera!) ook zwarte bonen in het assortiment hebben. Dus zeilen we niet van haven naar haven, maar van Lidl naar Lidl en hoeven we bij de noodzakelijke boodschappen nooit lang te zoeken. Nee lieve lezers, wij doen niet aan sponsored content, wij zijn gewoon Lidl-fan.

Zo komt het dat we in Portimão niet voor anker gaan bij de riviermonding, maar een stukje verder stroomopwaarts de rivier op. Dat is namelijk dichter bij de Lidl (en -vooruit- er staat ook een stuk minder deining). Met een grote rugtas gaat Jelle op pad: havermout, suiker, bananen, eieren… Als we groot inslaan, hoeven we voorlopig niet opnieuw. Een uurtje later lieren we de tas via een val aan boord: niet te tillen! Maar bij het laten zakken gaat het mis: ik laat de tas vallen en veroorzaak onbedoeld een ravage van gebroken eieren, havermout en suiker. Omdat het bijna donker is besluiten we eerst de boodschappen in te ruimen en de tas later wel schoon te maken.

De eerste dagen op een ankerplaats gaan altijd op aan het huishouden: fietsen van boord, zeilspullen opruimen, achterstallige afwas wegwerken, de koelkast schoonmaken. Vandaag is het dek aan de beurt voor een grondige opruim- en schoonmaakronde. Allereerst maar eens die rugtas uitboenen. “Rrrrrt!” iets bruins en harigs springt tevoorschijn via mijn arm. Geschrokken laat ik de tas uit mijn handen vallen. “Rat! Rat aan boord!” roep ik naar Jelle. Twee zwarte kraaloogjes kijken me aan van achter een weelderig besnorhaarde snuit. De kleine bruine rat is ook van mij geschrokken en zit nu in de kuip zijn opties af te wegen. Ik kijk terug met een mengeling van afschuw en vertedering. Ik vind ratten leuke dieren, maar dat plotselinge tevoorschijn springen mogen ze achterwege laten. “De luiken! Geef me de luiken!” roept Jelle me tot de orde. De rat is inmiddels begonnen met zijn ontsnappingspoging en maakt woeste sprongen tegen de kuipwand op. Ik ken de behendigheid van ratten maar al te goed, dus ik weet dat hij straks op de kuipbank zit. Vanaf daar is het een kleine rattensprong ons kajuitluik in, naar onze zorgvuldig aangelegde zevende rattenhemel. En als hij daar eenmaal is, zijn we voorlopig niet van hem af. Vliegensvlug grijp ik de kajuitluiken en sluit de kajuit af. Rat is inmiddels de kuip uit en zit in het gangboord. “Het voorluik, vlug!” roep ik naar Jelle, die zich tegelijk met rat naar voren haast om het voorluik te sluiten. Met bonzend hart loop ik naar het voordek: geen rat te zien. Hij zal toch niet vlak vóórdat Jelle…?  Ik kijk om me heen: waar zou ik gaan zitten als ik een rat was? Mijn oog valt op de kap van de ankerlier. Voorzichtig til ik hem op: hebbes! Maar Rat is me te snel af en sprint naar het achterdek, waar hij zich verschanst op onze windvaansturing. Ik grijp de pikhaak: Rat zal zich niet laten vangen, maar overboord is goed genoeg. Ik mik mijn pikhaak als een biljartkeu op de bruine haarbal, haal uit en… plons! We zien hem door het water ploegen, op naar de volgende rattenhemel. Maar als hij halverwege ons en de buurboot is, bedenkt hij zich en keert weer om: Die eieren, die suiker, die havermout…! Jelle mikt een emmer water naar onze onwelkome bezoeker en dat blijkt effectief: we zien hem steeds kleiner worden tot we hem niet meer zien.

Een rat aan boord is een ramp op pootjes: niet alleen brengen ze ziektes met zich mee en vreten ze je voorraad op, ook houden ze ervan hun tanden te zetten in je bedrading. En omdat er in een schip talloze onbereikbare hoekjes en gaatjes zitten vang je zo’n rat van z’n leven niet. Vallen zetten? Ratten zijn intelligent, grote kans dat ze er als houdini’s met de buit vandoor gaan zonder zich te laten vangen. Om onze bootburen voor deze ellende te waarschuwen doet Jelle een rondje ankerplaats. De Duitse buren knikken begrijpend en vertellen dat zij op deze plek ook al eens een rat aan boord hadden. Die hebben ze eerst een paar dagen uitgedroogd tijdens een hittegolf, waarna ze op een rivier met zoet water zijn gaan liggen. Toen ging de rat vrijwillig weg. Slim!
De Noorse buurvrouw verbleekt: “Dus dát is wat ’s nachts aan mijn kruidenplant knaagt!”. De Fransozen in de vervallen catamaran schudden hun hoofd: “Je ne comprends pas”, want zij spreken geen Engels en Jelle geen Frans en ook geïmproviseerde gebarentaal mag niet baten. En de Engelsman een eindje verderop haalt zijn schouders op “What can we do, I’ll save him some cheese”. Ieder zo z’n eigen aanpak, maar wij zorgen ervoor dat we de luiken dicht houden en sluiten ook onze luchthappers stevig af met een oude theedoek.

De volgende dag vaar ik in de bijboot naar het strand. De Fransoos van de vervallen catamaran zwaait en wenkt me: of ik Frans spreek? “Een klein beetje”, antwoord ik in mijn beste Frans. “Le petit chien, tu l’as trouvé?” vraagt de man, draaiend aan zijn snor. Verbaasd kijk ik hem aan. Of ik het hondje gevonden heb? “Je ne comprends pas”, zeg ik, “quel petit chien?” De man wijst naar onze boot: “Je man zocht zijn hondje!” Ik schiet in de lach: een hondje! blijkbaar is Jelle’s imitatie van een rat niet aangekomen. Ik probeer uit te leggen dat het niet om een hond ging, maar om een rat. Alleen: dat kleine beetje Frans van mij blijkt tot mijn ontsteltenis volledig verdampt. Er komt alleen nog halfbakken Spaans uit, maar mijn gestamel is niet te begrijpen. Dus zoek ook ik mijn toevlucht in gebaren en doe mijn uiterste best op een getrouwe imitatie van een rat, compleet met gesnuffel en geknaag, grote flaporen en lange staart. Het mag niet baten: de Fransoos barst in lachen uit en herhaalt: “Je ne comprends pas!”

WIL JE ONZE POSTS IN JE MAILBOX ONTVANGEN? SCHRIJF JE DAN HIERONDER IN. 

Reacties

Heerlijk! Ik geniet weet van dit mooi geschreven verhaal! Een is aanmerkelijk vervelender dan de dode muis die wíj vorige week onder in de boot vonden…

Geef een reactie