Sinds eind november liggen we in de kleine en beschutte havenkom van het vissersplaatsje Alvor. Het ligt onder de rook van het havenstadje Portimaõ, maar de toeristische drukte die je in de Algarve verwacht lijkt hier ver weg. Dat komt vast deels door de pandemie: in voorbije zomers zal het hier op de stranden en de terrassen vast ook wel schreeuwend druk geweest zijn. Deze winter is daar niets van te merken: in de haven maken vissers hun netten schoon, terwijl ze de bijvangst op een van een olievat gemaakte barbecue braden. In het dorp zit een oudere dame met een poes op schoot te genieten van de winterzon. Op de boulevard langs de rivier staan een vader en zijn zoon zwijgend naar hun dobbers te kijken. Een zwerm musjes pikt de kruimels van een taartbordje dat op een terrastafel is blijven staan. De oudere mannen van het dorp zijn op het overdekte dorpsplein verwikkeld in een verhitte discussie, of juist in gebroederlijk zwijgen. En altijd zijn er de meeuwen, met hun strenge generaalsblik, die soms plotseling met zijn allen uitbarsten in luid gekrijs. In dat kalme tafereel slijten wij onze dagen, in een langzaam tempo dat al snel het onze wordt.

Aan de kade bij Alvor

Het weer bepaalt de dagindeling: is het zonnig en warm, dan maken we lange wandelingen in de omgeving. Alvor ligt op een prachtige plek, aan de monding van een rivier. Met eb valt er een enorme zandplaat droog, waar we ons urenlang verwonderen over het zeeleven dat wordt blootgelegd: talloze wenkkrabben komen uit de grond tevoorschijn, kokerwormen bouwen met stukjes schelp een trechter voor het langsstromende water, een strandloper doet zich tegoed aan een vette wadpier en de heremietkreeft is op zoek naar een grotere woning. Zilverreigers rennen driftig heen en weer in een poging een visje te pikken, terwijl de stern het beter bekeken heeft: die stort zich in een snelle duikvlucht naar beneden en heeft zo te zien altijd beet. Boven de duinen hangt een torenvalk te bidden, op zoek naar een muisje of een slang. Ook de mens komt bij mooi weer met laag water in groten getale naar buiten, per boot, surfplank, fiets of te voet. Ze steken wat plompverloren af bij de rest van de natuur, maar hun gedrag is voor ons toch ook interessant: met kleine plastic zoutvaatjes in de hand zitten ze op hun knieën te staren naar de grond. Anderen staan gebukt in het zand te graven en te harken, op zoek naar God weet wat. We zijn er met wat spieken snel achter: wie graag scheermesjes lust neemt een zoutvaatje mee, wie liever kokkels eet pakt een hark en voor venusschelpen heb je het meest aan een hak of een schep. Wij leren snel bij en oogsten niet veel later onze eigen portie schelpdieren. Goed schoonspoelen met zeewater, even bakken in wat olie met knoflook en citroen, pasta erbij, peterselie erover: zo hebben we als we willen elke dag een vijfsterrenlunch in de zon op ons voordek.

Scheermesjes vangen
Lunch!


Een eindje de andere kant op veranderen de duinen en het zachte zandstrand in een steile rotskust van bros zandsteen, dat grote bogen vormt langs de kustlijn. Op een verweerde rots in zee zit een aalscholver zijn vleugels in de zon te drogen. Zijn houding lijkt op die van een dirigent, alsof hij al dit moois zelf georkestreerd heeft. Een meesterwerk, mag ik wel zeggen: roodbruine rotsen, heldergroen gras, een diepblauwe lucht en turquoise water langs een crèmekleurig strand. Niet voor het eerst betrap ik mezelf op de indruk dat het hier een beetje lijkt op Center Parks. Dat heeft de Grote Ontwerper knap voor elkaar!

Portimao

“Ik had het nooit geloofd, als ik niet zelf geboren was”

Wisława Szymborska, Allegro ma non troppo


Loop je tot slot langs de rivier naar het noorden, dan kom je via een kleine boulevard en een paadje omhoog bij een oude boomgaard met een prachtig uitzicht over het water en, daarachter, de witte huizen van het plaatsje Mexilhoeira Grande. Dit is een lievelingsplek voor veel vogels: roodborsttapuiten, groenlingen, blauwe eksters, zwarte roodstaarten, puttertjes, kleine bonte spechten, hoppen, zwartkoppen en vast nog veel meer vogels die ik niet herken vliegen hier af en aan en geven fantastische fluitconcerten van het goede soort. In de middag kun je hier vanuit de verte aan de belletjes van de schaapskudde horen hoe laat het is, want de herder en zijn honden leggen elke dag op hetzelfde uur dezelfde route af met de kudde. Vanuit de boomgaarden heb je uitzicht op de loop van de rivier, waar tussen de oude vissersbootjes scholeksters, wulpen, plevieren en strandlopers in allerlei soorten en maten foerageren. Aan de waterkant staat een groepje koeien kalm te herkauwen. Ze geven melk met een ziltige afdronk, denk ik.


Aan de overkant van de rivier ligt een aantal verlaten boerderijen, die langzaam door de natuur worden overgenomen. Het mag dan wel hartje winter zijn, toch zijn de groene weilanden bedekt met een gele zweem van bloeiende bloemen. Met de bijboot zijn we in een ommezien aan de overkant om amandelen, sinaas- en granaatappels te plukken. Die hangen hier in de verlaten boomgaarden langzaam te verpieteren en wij adopteren ze maar al te graag. Het grasland grenst aan een moerasgebied, waar onder meer de lepelaars en de kieviten wonen.

Het is alles bij elkaar een fascinerend landschap, dat ieder uur verandert onder invloed van het getij. Als we in de namiddag terug aan boord komen zien we soms in een flits de vermoedelijke ijsvogel voorbijschieten. Vermoedelijk, want meer dan een ijsvogelvormige blauw-oranje flits heb ik nog niet kunnen onderscheiden. Iedere avond is er als kers op de taart een prachtige zonsondergang over onze veilige baai. Dus: of het zeilersleven achter anker niet verveelt? Met zóveel rijkdom in de achtertuin voorlopig niet!

Niet ons filmpje, maar wel in beeld: 1.25 en 2.03.
Nieuwe posts in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de Vrijstaat-flessenpost!

Reacties

Prachtige foto’s, prachtig geschreven. Alsof ik er zo bij had kunnen zijn. Je zou een reisgids of boek kunnen schrijven! Geniet ervan samen.

Wat weer een prachtig geschreven verhaal. Ik heb daar verschillende keren voor anker gelegen en de laatste keer in de zomer van 2018 als charterschipper rond gevaren met gasten. Alvor was ook mijn geliefde ankerstek en vooral als ik in een week eens geen gasten aan boord had. Je omschrijft de omgeving en de activiteiten zo mooi dat ik die momenten dat ik daar in de verschillende jaren geweest ben weer opnieuw en intens beleef. Bedankt voor jullie aanwezigheid daar!

Leuk om weer wat te lezen! De plek is prachtig, weten we uit eigen ervaring. Geniet ervan en maar rustig afwachten tot de wereld weer wat toegankelijker wordt. Tot die tijd houden jullie het daar vast wel uit! Groet, Frans en Wies

Mooi stukje!!!
En oooh wat mis ik die sfeer van gewldige land, dat overheerlijke eten en die aardige mensen!!
Ook wij komen met grote regelmaat in die buurt, maar wegens die pandemie is dat helaas onmogelijk!
Ik kan niet tot we weer “verantwoord” naar onze vertrouwde stek kunnen in de algarve🥰geniet ervan!!!!

Wat een mooi verhaal! Wij staan op de kant bij Faro voor wat klusjes. Misschien dat we elkaar nog gaan zien.
Groetjes Karin en Eric

Mooi stukje geschreven en Alvor ziet er leuk uit met de drone. Maar liggen jullie nu aan het steiger ? Wat is daar nu de diepgang op navionics lees ik 10cm? (en wat is jullie diepgang)
Hoor het graag.
Met groet Ad

Hoi Ad! We lagen een tijd aan de steiger inderdaad, die wordt nu toch niet gebruikt. De diepte op navionics klopt niet helemaal: wij steken 1.65 diep en dat gaat zelfs met springtij met gemak.

Prachtig verhaal. Hoor van mijn broer Joop Bartijn, dat jullie in Alvor liggen. Wij hebben Dirk en zijn vrouw een aantal keren ontmoet. Dat maakt het extra leuk. Wij hebben 11 jaar Carieb achter de rug. Het zou leuk zijn om jullie te ontmoeten. Stuur maar een mailtje als het jullie uitkomt. Groetjes Wolfgang en Mechtelien.

Wat een leuk verhaal, zelf kom ik ook vaak in Alvor. Ik ben daar ook eens in 2008 met een zeilboot geweest maar die stak 2,50 en dat ging niet goed bij de haveningang. Hoe diep is het daar nu, over 2 jaar wil ik daar weer eens komen, dan met een zeilboot die 2,35 steekt.

Wij steken 1,65 en dat gaat met gemak, maar 2,35 wordt wel krap! Het kan denk ik wel (bij doodtij), als je een eindje voor de havenkom langs het kanaal ankert. Wel binnenvaren met opkomend water, want in de bocht zit een ondiepte.

Geef een reactie