Meer dan twee maanden hebben we stilgelegen (maar niet stilgezeten) in Alvor, maar nu is er zicht op iets anders: vanaf april hebben we werk in Griekenland! Het is 1500 mijl varen en omdat het in de winter op de Middellandse zee niet altijd goed weer is kunnen we maar beter meteen vertrekken.

We gaan dus aan de slag met voorbereidingen: route uitstippelen, vaarklaar maken, de fietsen en de bijboot opruimen… omdat we vanwege Covid niet zeker weten of we onderweg aan land mogen om boodschappen te doen, slaan we groots in bij de Lidl. We krijgen lieve hulp van kennissen in Portimaõ, die onze boodschappen met de auto naar Alvor brengen. Het scheelt ons een heleboel heen en weer gesleep met zware backpack én we zijn in één ochtend klaar met provianderen. Bedankt, M & W!

De grens gaat dicht!

De afgelopen weken is het in Portugal steeds slechter gegaan met de Covid-cijfers, en de lockdown werd steeds strenger. Terwijl we blikken bonen en de zakken rijst in de voorraadkasten proppen stromen er van vrienden berichtjes binnen: de grens tussen Portugal en Spanje gaat dicht! Ons plan was eerst om naar de grensrivier tussen beide landen te varen, zodat we eventueel nog in Portugal een test konden laten doen als dat nodig bleek om Spanje in te mogen. Maar nu die grens gesloten wordt, lijkt het ons opeens niet zo’n goed plan meer om op die grens te gaan liggen met de boot: één fanatieke douanier en we kunnen doorvaart naar Spanje vergeten. Daarom besteden we een hele middag met telefoneren: naar de jachthavens op de route, naar de havenautoriteiten van Gibraltar, Cádiz en Tarifa en naar de Guardia Civil. We proberen helder te krijgen wat er mag: mogen we op doorvaart door de Spaanse wateren? Mogen we aan land voor diesel en water? Mogen we in havens liggen? En mogen we zonder covid-test aan land, of riskeren we dan een torenhoge boete? We krijgen het niet helder, want niemand weet precies hoe het zit. Maar één ding komt steeds terug: we mogen hoe dan ook met de Vrijstaat door Spanje varen, en in geval van nood sowieso aanmeren voor veiligheid, water en diesel. Óók zonder test.

Wegwezen!
Het zeegat uit

Terwijl de gemeente bordjes met ‘BLIJF THUIS!’ en ‘VERBODEN TE WANDELEN’ op onze steiger schroeft, gooien wij de trossen los van ons tijdelijke thuis. Met hoog water varen we over de ondieptes, zodat we vlak voor het zeegat achter anker kunnen overnachten. Nog voordat de grenssluiting officieel van kracht gaat hijsen we op zaterdagochtend de zeilen. We sturen aan op Gibraltar, in één rechte lijn met de wind mee. Als we langs Portimaõ varen horen we de luidsprekers galmen, die mensen aansporen om toch vooral binnen te blijven. Het is alsof we uit een zwaarbewaakte vesting ontsnappen, nét voordat de poorten dichtgaan.

Eindelijk weer varen!

Het is heerlijk om weer op zee te zijn want het is fantastisch zeilweer: zonnig, zacht, windkracht 3-4 uit het noordwesten. We steken uit voorzorg één rif: de straat van Gibraltar heeft immers de naam nogal winderig te zijn. Omdat we niet alleen wind, maar ook stroom mee hebben schieten we aardig op en varen we tegen de avond Spanje binnen. De autoriteiten zijn gelukkig nergens te bekennen.

Het is een heldere, rustige nacht met veel maanlicht en de Vrijstaat vaart zichzelf. Toch is het voor ons wel weer even wennen na drie maanden aan land. De voordewindse koers zorgt ervoor dat we flink heen en weer liggen te rollen, waardoor alles wat niet goed vaststaat meerolt in de kastjes. Zelf zien we allebei een beetje pips: weinig slaap, wankel op de benen en steeds een beetje misselijk. Als ik de kajuit induik om iets te eten te maken, heb ik al geen trek meer tegen de tijd dat het klaar is. We moeten duidelijk weer wennen aan het ritme van de golven.

Bij de punt van de spiboom op 0:20 en 0:53!

De zondag begint gelukkig met een prachtige zonsopkomst en een ochtendshow van een grote groep dolfijnen. Dat maakt een hoop goed! Maar als we ’s middags de straat van Gibraltar naderen gaat het steeds harder waaien. De westenwind botst hier tegen de heuvels aan beide kanten van de straat en in het nauwe zeegat tussen de oceaan en de Med ontstaat een ingewikkelde stroming. Vandaar dat de zeegang steeds onrustiger wordt. Mijn lichaam begint te protesteren: hoofdpijn, misselijk: dezelfde kwaal als tussen Engeland en Frankrijk. Even overwegen we om bakboord uit naar Barbate te varen. Daar kunnen we nog voor donker zijn, als het meezit. Maar als Jelle van koers verandert blijkt dat een onhaalbare kaart: met de golven van opzij wordt de Vrijstaat wild heen en weer gegooid. Dan toch maar liever een paar uur langer op een rustiger koers.

Gelukkig voelt Jelle zich een stuk fitter dan ik en heeft hij mijn hulp aan dek niet nodig. Ik ben inmiddels echt ziek, en wissel af tussen op de bank liggen en over de wc hangen, terwijl om me heen alles uit de kastjes komt zetten. Erg zorgvuldig hebben we alles niet vastgesjord, deels omdat we niet op zwaar weer rekenden en deels omdat het als je stilligt makkelijk te vergeten is hoe wild een schip tekeer kan gaan als de golven zich van achter opbouwen. Vanuit mijn slingerkooi waan ik me in villa volta: alles draait en ik weet niet meer wat onder of boven is.

Van koers geraakt

De zon is al onder als Jelle de kajuit in komt: “ik ga het luik afsluiten, anders gaat het mis”. De wind fluit door het want en de golven, die we van achteren hebben, beginnen over de kuiprand heen te slaan. Één verkeerde golf en de kuip staat vol water, en als het luik dan open staat is ook onze kaartentafel met apparatuur doorweekt. En les die we leerden op Biskaje, en die we niet graag willen herhalen. De luiken zitten er nog geen twee minuten in of er slaat een flinke golf aan stuurboord over, die het hele schip laat overhellen. “We raken van koers!” roept Jelle, met zijn oog op de GPS. Snel doet hij het luik weer open en gaat naar buiten. “De stuurautomaat is gebroken!” roept hij over het geluid van de golven in naar binnen. Terwijl ik naar mijn jas, mijn reddingsvest en mijn schoenen grijp voegt hij er tussen zijn tanden aan toe: “We zijn stuurloos!”, uit alle macht aan de helmstok trekkend. “Dit gaat niet goed zo!”

Heel even voel ik een zweem van angst en paniek opkomen, want stuurloos zijn op deze zee is een avontuur waar ik nu echt niet op zit te wachten. Maar ik weet ook dat Jelle vaak in hyperbolen spreekt, dus wurm ik me eerst maar eens naar buiten: in paniek raken kan altijd nog. Één voordeel: door de adrenaline ben ik plotseling lang niet zo ziek meer. Terwijl Jelle nog steeds zijn handen vol heeft aan de helmstok heb ik mijn handen vrij om de windvaansturing en het zeil te inspecteren. Het valt gelukkig reuze mee. De ketting van de windvaansturing is losgekomen door de kracht van de golf, waardoor we van koers zijn geraakt. Daardoor hebben gegijpt, maar de grootschoot aan bakboord staat nog vast. Vandaar dat het zeil midscheeps staat en veel wind vangt. Dat maakt het schip zo moeilijk te besturen. “Het zeil!” roept Jelle. Ik zet snel de grootschoot los en Jelle legt het schip op koers. Ik probeer de ketting van de windvaan weer vast te maken, maar onder deze omstandigheden lukt me dat niet, ook omdat ik het druk heb met over de zeereling hangen. Dat wordt dus op de hand sturen. “Ga jij maar liggen, ik stuur wel!”, zegt Jelle. We besluiten recht met de golfslag mee te varen naar Tarifa. Dat is gelukkig nog maar een klein uur varen en hoewel het officieel geen haven voor pleziervaart is, kun je er in geval van nood terecht. Terwijl Jelle het schip door de golven op koers houdt roep ik de haven op en leg de situatie uit. “Heb ik toestemming om binnen te varen?”, vraag ik. De loods die ik te spreken krijg antwoordt: “Vraag dat maar aan de havenautoriteit, in het grote gebouw op de kade”. Dat vat ik dan maar op als “Ja”.

Noodstop

Zodra alles onder controle is schakelt mijn lichaam weer over op ziek zijn. Groen van ellende tel ik pendelend tussen slingerkooi en wc de minuten af. Wat ben ik blij dat dat Jelle de wacht van me overneemt! Maar als we de haven naderen knap ik plotseling weer op, omdat ik aan de bak moet: het grootzeil moet gestreken, de lijnen klaar om aan te leggen. Tarifa is een veer- en vissershaven, dus zien we overal hoge kadewanden die voor ons niet zo geschikt zijn. De drijvende steigers zijn voor ons te krap, maar in een raar vergeten hoekje is nog één drijvende ponton waar we zo te zien wel passen. Het is krap en lastig manoeuvreren, maar het lukt om een lijn om een bolder te gooien en de Vrijstaat aan te meren. Vóór vast, achter vast, stootwillen ertussen: we liggen! Zodra we veilig zijn, gaat bij mij de knop weer om en kruip ik beroerd terug in bed. Het gepiep van de krakkemikkige steiger en de en het gekraak van de verkeerd gelegde lijnen deren me niet: ik wil alleen nog maar slapen, tot de ochtend betere tijden brengt.

Tarifa

Ik word wakker van Jelle, die terugkomt van de havenautoriteiten. We mogen vandaag blijven, maar we moeten wel een stukje verplaatsen. De steiger waar we liggen is officieel niet in gebruik, en als de baas het ziet…. Dus varen we de Vrijstaat naar een plek 20 meter verderop, voordat we rustig aan de dag beginnen. Eerst maar eens opruimen: al onze spullen liggen door de boot verspreid, het fruitnetje is van het plafond gekomen, Jelle’s telefoon is spoorloos verdwenen en in de keukenkastjes is een flesje sojasaus ontploft. Als alles weer aan kant is doen we onze nieuwe mondkapjes op en maken we voorzichtig een wandeling in de omgeving. We passeren het douanekantoor van de veerhaven, waar de douanier vriendelijk tegen zijn pet tikt. Gesloten grenzen? Covid-test? Niemand die erover begint. De haven wordt beheerd door de politie, en ook zij bleken niet geïnteresseerd in onze vorige haven of onze ziektegeschiedenis. Goed nieuws voor ons, want met onze bon van deze haven kunnen we aan andere autoriteiten aantonen dat we niet rechtstreeks uit Portugal komen.

De sfeervolle haven van Tarifa

Tarifa is een aardig plaatsje met een mooi oud centrum en sinaasappelbomen voor de witte huisjes. We doen rustig aan, drinken koffie met Marokkaanse amandelkoekjes en krabbelen allebei weer op. Vanaf de kade turen we naar zee: zullen we vandaag verder varen, of toch maar beter morgen? Omdat we eigenlijk geen haast meer hebben, besluiten we nog een nachtje te blijven. Als we dat ’s middags aan de havenpolitie vertellen, vragen ze ons even te wachten met betalen: ze komen straks wel langs op hun ronde. Twee uur later staan er dus twee agenten naast de boot, met de vraag hoe laat we morgen willen vertrekken. “Als je vóór 8 uur weg bent, hoeft de baas het niet te weten”, zeggen ze, “en hoef je dus ook niet te betalen voor een extra nacht”. Dat aanbod nemen we graag aan, niet alleen om geld te besparen, maar ook omdat we graag delen in het zichtbare plezier van ongehoorzaamheid aan de baas. Morgenochtend is het volgens de weersmodellen windstil, dus het zal wel lekker varen zijn.

Afrikaanse kusten

Voor de twee keer in een week voelen we ons de ‘getaway boat’ als we voor het ochtendlicht de haven van Tarifa uitvaren. Eenmaal de kom uit gaat het grootzeil omhoog. Zonder rif deze keer, want er staat alleen een klein zuchtje wind. De bijna gladde zee is een wereld van verschil met toen we binnenvoeren. Toch lopen we tot mijn verbazing meer dan vijf knopen: we hebben stroom mee. Aan stuurboord zien we de heuvels van Afrika passeren. “We zijn naar Afrika gevaren!” herhalen we wel vijf keer tegen elkaar, gewoon omdat het zo lekker klinkt. Een ander continent!

De zon komt op boven Afrika

Aan bakboord doemt al gauw onmiskenbaar de rots van Gibraltar op. Nu er zo weinig wind staat, kun je aan de golfpatronen goed zien wat een vreemde stromingen hier staan. Meerdere keren lijkt er alsof er elk moment een gigantisch zeemonster uit de diepte naar boven kan komen, zoveel turbulentie is er op het water te zien. Gelukkig hebben ze geen honger, dus varen we nog vóór de lunch de baai bij Gibraltar in. We zwaaien in het voorbijgaan even naar de Engelsen en hun apen, maar steken door naar de jachthaven van het Spaanse La Linea. Vanaf de kade worden we welkom gewuifd door Angelique en Robin van de Zilveren Maan, die hier hun voorlopige winterstop hebben gemaakt. We krijgen een plekje achterin de haven, met prachtig uitzicht op de imposante rots van Gibraltar. De eerste etappe van de reis naar Griekenland zit erop!

Wil je onze posts in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan hieronder in.

Reacties

Lieve mensen, dat was weer een poosje ademloos lezen. Terwijl het leven in Groningen nu té lang saai is door Corona beleven wij dankzij jullie flessepost spannende avonturen. Die gelukkig goed aflopen. Hou dat maar zo. Veel liefs uit kikkerland, waar binnenkort de wateren gaan bevriezen!

Prachtig verhaal weer. Net als mAM met ingehouden adem. Doorlezen lukt alleen, omdat ik weet dat jullie op moment van schrijven al weer veilig in een haven zijn (en heus niet op de zeebodem). Varen naar Afrika…. Zeker indrukwekkend!

Helemaal geweldig! Wat een avontuur weer. Wij zitten in de kou waaraan jullie wilden ontsnappen.Sneeuw en vorst. In de nacht – 15. Dus blijf maar mooi daar

Geef een reactie