Vanaf Mallorca is het een dag of drie pal naar het oosten varen om in Sardinië uit te komen. Althans, als je goede wind hebt. Helaas voor ons: de wind waait bijna continu pal uit het oosten, met windkracht 4 of 5. Met die omstandigheden denken we wel twee keer na voor we aan de overtocht beginnen, want -zo leerden we van ons laatste tochtje- opkruisen tegen deze wind is op dit stuk zee een Sysiphuskarwei.

Ten langen leste komt er dan eindelijk toch verandering in het weerbeeld en krijgen we vanaf maandag -hoera!- een aantal dagen stevige Noordenwind. Bij vertrek laten we het grootzeil nog even vastgebonden op de giek zitten: eerst maar eens zien hoe het schip vaart onder bezaan en genua. Dat blijkt verstandig, want al gauw grijpt de wind ons bij de kladden en lopen we ook onder zo weinig zeil nog ruim vijf knopen naar het oosten. Dat is goed nieuws en we zijn blij dat we eindelijk onderweg zijn, maar erg lekker varen is het niet. De wind rukt nijdig aan het want en de golven, die we schuin van voren hebben, beuken continu in op onze boeg. Binnen wordt alles dat niet vastgesjord zit heen en weer gesmeten. De trouwe lezers voelen ‘m al aankomen: één van ons wordt zeeziek, en deze keer is het Jelle. Ik neem daarom de eerste wacht.

Doorvaren of terugkeren?

In de kuip zijn is een beproeving: het is er koud en winderig en om de haverklap krijg ik een plens zout water over me heen gesmeten. Fatsoenlijk zitten is er niet bij, want de zeegang is zo onrustig dat ik me onophoudelijk schrap moet zetten om niet omver te vallen. Ook de Vrijstaat krijgt het nodige te verduren en hoewel ik weet dat ze loeisterk is, maak ik me toch ongerust: wat als er een stag breekt, of de windvaansturing het begeeft? Bedenkelijk kijk ik naar de schuimkoppen om me heen. Kunnen we niet beter omkeren en wachten op rustiger omstandigheden? Ik rol de genua een stukje verder in. Het helpt een beetje tegen het onrustige geruk aan het want, maar ik blijf ongedurig, alsof er elk moment iets mis kan gaan. Toch weet ik niet wat: de weersverwachtingen laten zien dat de omstandigheden nagenoeg hetzelfde blijven tot en met donderdagochtend. Alleen de golven worden woensdagavond hoger, omhooggestuwd door harde wind een eindje ten noordwesten van Sardinië. De wrede zeegang wordt dan dus nog wreder, maar hóe wreed precies weet ik ook niet. Opnieuw loop ik aan tegen een gebrek aan ervaring: ik weet niet hoe de zee zich hier gedraagt en ook niet hoe ons schip daarmee omgaat, of welk effect dat heeft op ons. Maar de enige manier om die ervaring op te doen is doorvaren en goed opletten.

“Je maakt je zorgen hè?”, vraagt Jelle zonder op te kijken als ik binnen in de kajuit even kom opwarmen. Hij moet mijn gepieker hebben geroken, want het is donker en ik heb al die tijd buiten gezeten. Maar hij heeft gelijk, ik maak me zorgen en het lukt me niet om mezelf eruit te redeneren. We bespreken de vermeende gevaren, maar komen erop uit dat die er eigenlijk niet zijn. Het is windkracht 5, hooguit 6 bij vlagen en daar hebben we wel vaker mee gevaren. Biskaje was ook geen pretje. Het is vooral de ruwe zeegang die ons parten speelt, maar gevaar levert die voorlopig niet op. Als het nodig is kunnen we iets ruimer gaan varen om de golven mee te krijgen, of de bezaan reven als de wind toch aantrekt. Er is, kortom, niet zo veel aan de hand, behalve dat het aan boord buitengewoon oncomfortabel is.

Ik ga terug naar buiten in vijf lagen warme kleding en een dubbele capuchon. Ineengedoken achter de buiskap tel ik de uren af: het is nog 60 uur varen, dus voorlopig zijn we er nog niet. Na een uur ben ik door en door koud en wil ik niets liever dan even liggen. Ik ga naar binnen en kruip opgevouwen in het enige vrije stukje hondenkooi, om even uit te rusten en warm te worden. Elk kwartier zet ik een wekker, omdat ik dan naar buiten moet om te controleren op andere scheepvaart.

“PSSSSSJJJ” klinkt het als ik mezelf na de zoveelste ronde weer naar binnen wurm. Het zouttablet van mijn reddingsvest is door al dat buiswater gesmolten, dus nu zit ik opgevouwen in een kleine ruimte met een opgeblazen reddingsvest om mijn nek. “Wat dóe je?” vraagt Jelle, die door de vreemde geluiden wakker is geworden en met verbazing staat te kijken naar mijn benen, die hulpeloos uit de hondenkooi steken. “Ik probeer te liggen”, brom ik, “maar zonder veel succes”. Het lukt me om me naar buiten te wurmen en Jelle, die daadkrachtiger is dan ik, trekt alle extra zeilen uit de hondenkooi en stouwt ze voorin weg. Zo hebben we plotseling een tweede kooi om in te liggen!

De drietand van Poseidon

Het maakt een wereld van verschil, want nu kunnen we tijdens de wacht warm en droog binnen liggen. Vanuit de hondenkooi kun je het scherm van de AIS in de gaten houden, zodat je de koers, de snelheid en andere schepen met AIS kunt zien. We zetten om de zoveel tijd een wekker om aan dek te kijken of alles nog in orde is en of er schepen zonder AIS aan de horizon varen. Dat hoeft niet elke vijf minuten: een schip dat je als een lichtje aan de horizon ziet doet er veel langer over om bij je te komen, afhankelijk van de snelheid. Onophoudelijk naar de horizon turen is dus niet echt nodig, vinden wij.

De overtocht is nu minder een beproeving, omdat we allebei warm en droog en uitgerust kunnen blijven. Toch tikken de 60 uur maar langzaam voorbij: de golven slaan tegen het schip alsof Poseidon zelf met zijn drietand tegen de boeg staat te beuken. Zelfs liggend in bed moet je je schrap zetten om niet om te vallen, laat staan als je iets te eten wilt maken. Toch is eten heel belangrijk, want van te weinig eten word je ziek. Dus zwalken we om de beurt door de kombuis, rijkelijk strooiend met noodles, kruimels en eierschalen. De hele boot is al gauw één grote puinhoop. Naar de wc gaan is een beproeving, vooral voor Jelle, die twee handen nodig heeft om te blijven staan en ook nog twee handen om te mikken. Dat weet ik inmiddels, omdat de deur van de wc bij een hoge golf uit zijn scharnieren is komen zetten. Ons allerlaatste beetje privacy hebben we bij deze opgegeven.

Vrijstaat als anarchie

Gelukkig wordt Poseidon het af en toe een beetje zat om met ons te spelen, dus is het nu en dan wat rustiger aan boord. Lagere golven, een wat fijnere koers, iets minder wind… het zijn kleine verschillen, maar ze zorgen voor ademruimte tijdens de zwaarste oversteek tot nu toe. De extra hoge golven op woensdagavond blijven uit, of zijn behalve hoger ook langer, waardoor we er geen extra last van hebben. En dat ons gezwoeg en geploeter geen Sysiphusarbeid is blijkt op donderdagochtend, als we even na zonsopkomst de heuvels van Sardinië kunnen ontwaren.

Het is al donker als we in de beschutting van het eiland Sant’Antioco ons anker laten zakken. Geen wind, geen golven, eindelijk rust. Nu de hondenkooi in gebruik is kunnen we zonder de boot te hoeven reorganiseren direct gaan slapen. Wat een luxe!

(3-)Pitstop in Sant’ Antioco

Vrijdag nemen we een dag pauze om bij te komen van deze toch wel zware tocht. Vooral Jelle voelt zich moe en slap, dus plunderen we de voorraden en eten we vijf maaltijden op een dag en wafels bij de koffie. Nu steekt een nieuw probleem de kop op: ons gasfornuis is het aan het begeven en van de drie pitten doet alleen de allerkleinste het nog zonder problemen en is de grootste er helemaal mee opgehouden. Gelukkig heeft ook Italië een equivalent van marktplaats en wonder boven wonder staat er hier in Sant’Antioco een tweedehands gasoven te koop van precies hetzelfde type als de onze. Alsof het zo bedoeld is! We nemen contact op met de verkoper Matteo, die met een goede prijs komt en aanbiedt het oventje met de auto naar de haven te komen brengen.

De volgende ochtend varen we daarom een stukje verder naar de kade van Sant’Antioco, waar Matteo met zijn vrouw Denise al op ons staan te wachten. Als ik met Denise een eindje meerijd om in het plaatsje te pinnen kijk ik mijn ogen uit. Op de terrasjes zitten mensen met een kopje koffie bij te praten en op de pleinen zitten de bankjes vol. Restaurants, café’s, winkels: alles is open en in het centrum is het gezellig druk. Op de markt wordt onderhandeld over de prijs van tomaten, de ijsboer doet op deze zonnige dag goede zaken en iedereen lijkt met iedereen een praatje te maken, met Italiaanse armgebaren van minstens 1,5 meter. Het is een straatbeeld dat ik al bijna vergeten was.

Terug bij de boot ronden we de koop af en bedanken we Matteo en Denise voor hun hulp. Daarna probeer ik Jelle ertoe te bewegen om de boot hier ergens vast te knopen en de hort op te gaan: espresso drinken op een terras, pasta met zeevruchten bestellen in een restaurantje aan de haven, ons mengen tussen het winkelend publiek in de hoofdstraat en aansluiten in de rij voor echt Italiaans ijs. Ik word plotseling overspoeld door het verlangen om onder de mensen te zijn en ouderwets te genieten van het goede leven. Maar helaas: officieel zijn wij nog niet in Italië, want we hebben nog geen autoriteiten gezien en ons ook nog niet gemeld bij een haven. In zekere zin zijn we illegaal het land binnen komen varen, en als we politie tegen het lijf lopen zouden ze ons een torenhoge boete kunnen geven. Ik ben daarin laconiek, want ik denk dat de politie wel wat beters te doen heeft dan twee zeilers uitvoerig te vragen naar hun inreispapieren en Covid-test. Jelle is voorzichtiger en wacht liever af of de kustwacht of een andere autoriteit ons vragen komt stellen. Omdat er bovendien geen goede plek is om de boot veilig en onopvallend achter te laten, varen we zonder espresso, ijs, pizza en gezelligheid weer verder. Het goede leven moet nog even wachten.

Zeilplezier

We varen richting de zuidkust van Sardinië, waar we een beschutte ankerplaats en een haven hebben gezien voor de komende dagen. Het gaat hard waaien en bovendien willen we op papier hebben dat we in Italië zijn, zodat we dat als last port of call kunnen opgeven als erom gevraagd wordt. Het is schitterend zeilweer en we hijsen alle zeilen die we hebben. Eerst grootzeil, fok en genua, maar een paar uur later zwakt de wind iets af en gaan we ruimer varen. Gewoon omdat het kan zetten we de genua uitgeboomd aan stuurboord en onze lichtweerzeilen en de bezaan aan bakboord. Met vier zeilen glijdt de Vrijstaat gestaag door het water, dat in dit rustige weer haast zo glad is als een spiegel. Wat een wereld van verschil met de tocht hierheen! Het is jammer dat het zo’n kort tochtje is naar de haven, want het is heerlijk zeilen. Als de overtocht naar Sicilië eens zo zou kunnen zijn…

Kwartet!

Ik kan het niet laten en duik in de windvoorspellingen. Als we nu níet bakboord uit gaan naar de haven, maar rechtdoor naar Sicilië, hebben we het prachtigste weervenster dat we ons maar kunnen wensen. Windkracht 3 tot 4 uit het noordwesten, dus het wordt een kwestie van de koers bepalen en wachten. De harde wind die zondagavond voorspeld is kunnen we ruim vóór zijn als we gemiddeld 4 knopen varen, en dat lijkt ons niet te ambitieus. Blijven we hier, dan zijn we zo weer een week verder met wachten op de juiste wind. We kijken elkaar aan: waarom ook niet?

Werd de tocht naar Sardinië beheerst door Poseidon zelf, de tocht naar Sicilië valt schijnbaar onder het beheer van Thetis en de haren. Geen geruk van de wind aan het want, geen gebeuk van de golven tegen de boeg, maar een fijne wind uit de goede hoek, en golven die ons vriendelijk maar dringend de goede kant uit duwen. Omdat de wind in kracht, richting en sterkte steeds wat varieert, kunnen we lekker in de weer met de zeilvoering en de koers. Benedendeks hoef je geen blauwe plekken op te lopen om een warme maaltijd te bemachtigen en de deur van het toilet kan gewoon weer dicht. Een groepje tuimelaars naast de boot maakt het feest compleet. En omdat het ook nog lekker zonnig weer is, lopen we de wacht weer grotendeels buiten. Daar verschijnen rond zonsopkomst na twee nachten doorvaren de Egadische eilanden, ten westen van Sicilië: hoge en steile rotskusten die erom smeken om verkend te worden, maar dat bewaren we voor een volgende keer. Ook de kust van Sicilië zelf is tot mijn grote genoegen ruig, steil en rotsachtig.

Het goede leven

Rond 3 uur ’s middags varen we binnen bij San Vito lo Cabo: een stadje met een prachtige ligging tussen de imposante, verticale rotsen en de helderblauwe zee. We knopen de lijnen vast in de halflege haven en maken kennis met de uiterst vriendelijke Guiseppe, die hier het hele jaar door de havenmeester is. “Normaal gezegd betaal je 20 euro om te overnachten en normaal gezegd 1 euro voor de douche. Normaal gezegd wordt die schoongemaakt door Giovanni, die hier normaal gezegd werkt”, legt hij uit. Of de situatie momenteel normaal is of niet wordt ons niet duidelijk, maar we betalen de -schappelijke- prijs voor twee nachten. Tot onze tevredenheid stellen we vast dat we allesbehalve doodmoe zijn en dat er nog genoeg dag over is voor een verkenning van het centrum. Gelukkig maar: inmiddels zijn we erachter dat vandaag de laatste avond voor een nieuwe lockdown is. Dus storten wij ons samen met de inwoners van San Vito lo Cabo in het goede leven: broodjes ijs in de zon aan het strand, versgebakken XXL-pizza uit de steenoven en -eindelijk dan toch- die échte espresso op een Italiaans terras. In alle ogen in de menigte op straat valt hetzelfde te lezen: genieten van het goede leven moet je nú doen, want niemand weet wanneer je weer de kans krijgt.

Wil je onze posts in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan hieronder in.

Reacties

Laiverds, wat een ontberingen. Het lijkt wel een hoofdstuk uit de Odyssee. Maar ook voor jullie loopt het weer goed af, ook nu is de taal wederom prachtig.

Meer van het goede leven en een rustige vlekkeloze voortzetting van de zeereis naar Griekenland levert misschien niet zulke bloemrijke spannende flessepost op, toch wens ik het jullie van harte toe!

Hier zit ik, veilig op de bank in Lemmer te genieten van jullie reisverslag.
Het is echt een spannend boek.
Ik heb grote bewondering voor jullie, heel stoer.
Wat een lef.
Ik wens jullie een rustige voortzetting van de reis toe.
Liefs,
Anneke

Anne en Jelle wat een enorm avontuur. En wat een onverschrokken volhouders zijn jullie!! In het rustige Zwartemeer kan je het je biijna niet voorstellen Maar door door jullie verhalen in de flessenpost blijven wij op de hoogte van jullie avonturen. Veel sterkte en geniet van jullie overwinningen en leven groetjes Hans

Veilig zittend op mijn bank in Lemmer lees ik jullie reisverslag. Wat een boeiende verhalen.
Prachtig geschreven.
Het is net een spannend boek Ik vind jullie heel stoer en dapper.
Hoop dat het vervolg van de reis wat minder enerverend is.
Liefs ,
Anneke

Wat een heerlijk verhaal weer! En als ik het goed opgeschreven heb, is Anne morgen jarig. Dus alvast een hele gelukkige verjaardag Anne (zoals ze dat in België zeggen) en een fijne zonnige dag!
Groetjes van ons!

Dag allebei, ik volg jullie nu al een tijd en wordt blij van de verhalen, ja ook van die ellendige.
Tip voor Jelle, ga ten allen tijde zitten op de wc, ook bij het plassen. Het scheelt een hoop gedoe met staande houden of op de knieën voor de wcpot. Maar bovenal wordt het risico op een vervelend ongelukje een stuk kleiner. Ik zeil al 40 jaar en heb een hoop mannelijke zeilers met een bult op hun kop gezien, gestoten bij het plassen, of een zere arm omdat de elleboog hard geraakt werd toen een golf hen op het verkeerde been zette bij het plassen. Het is even wat meer werk om een broek uit te trekken maar het zit een stuk steviger.

Geef een reactie