De afgelopen dagen hebben we in de haven van Delfzijl besteed aan allerhande klusjes die we nog graag aan de boot wilden doen: met name het vervangen van de VHF-antenne, om onze AIS weer aan de praat te krijgen. De AIS gebruiken we met de boordcomputer als onze voornaamste vorm van navigatie, dus is het handig als die werkt. Zo niet, dan zullen we ouderwets met kaarten moeten werken. Nog geen ramp, maar met het oog op de grote scheepvaart (die via AIS ook op ons scherm verschijnt) toch de moeite waard om tijd de steken in de reparatie. Verder testen we de buitenboordmotor (die het niet doet), tanken we diesel in onze jerrycans, hijsen we onze nieuwe tweedehands rolfok (die perfect past!), installeren we de blusinstallatie in het motorruim, maken we een hangmat voor het fruit en meer van dat soort klusjes.

De mast in voor de fokkeval

Woensdag 4 juli 2018

Vandaag is het dan toch echt tijd voor vertrek. Hoog water (HW) is om 16:44. We mikken op vertrek rond 15:00, want kennen onszelf inmiddels goed genoeg om te weten dat dat toch later wordt. We besteden de eerste helft van de dag aan prutsen met de AIS, die nog steeds niet werkt, ondanks vele uren pielen aan de software en de antenne.

We verleggen de boot naar de Farmsumerhaven, die naast de Nautische Unie en Radio Holland ligt. Zijw eten alles van respectievelijk buitenboordmotoren en zendapparatuur. Jelle gaat met de motor naar Nautische Unie, ik wandel naar Radio Holland om advies in te winnen. Een half uur later staat hun monteur bij ons aan boord de boel door te meten. Het euvel blijkt uiteindelijk een ondeugdelijke connector; waarschijnlijk bij het monteren iets misgegaan. De monteur zet er een nieuwe connector op en eindelijk zien we onszelf weer varen op ons OpenCPN-scherm.

Laaghangend fruit

Het is al na vieren als de monteur vertrekt, dus starten we de motor en koersen richting sluis. Het is al tegen half zes als we het havenkanaal uitvaren. Dat is wat laat voor richting Borkum, maar omdat we naar Cuxhaven willen doorvaren heb ik geen flauw benul meer of dit qua tijd nu handig is: ‘Cux’ is vanaf Delfzijl ongeveer 120 zeemijl en met een gemiddelde geschatte vaart van 5 knopen duurt dat 24 uur. HW Cux is om 18:45 dus als mijn schatting klopt zijn we dan veel te vroeg. Maar ik realiseer met dat ik niet accuraat kan schatten, want zo’n zeetocht hebben we nooit eerder gedaan. Dus vertrekken we maar gewoon, ‘op roakeldais’1.

Tussenstop: Borkum

We hebben wind pal tegen, dus koersen we op de motor richting Borkum. Omdat het afgaand getij is, varen we wind tegen stroom op een onrustige zee. Jelle gaat aan dek om de lijnen en de stootwillen op orde te krijgen. Dat had hij beter niet kunnen doen: hij wordt onmiddelijk zeeziek en gaat daarna uitgeput op de kuipbank liggen. Ik kijk het nog eens aan: Jelle is ziek en moe, ik ben ook moe na een dag klussen, we zijn op een onhandig tijdstip vertrokken, de windvaansturing loopt niet soepel, OpenCPN geeft onze gegevens (vaart, koers) niet weer, de voorspelling is dat de wind vannacht afzwakt tot 1 Bft… Het zijn allemaal redenen om te besluiten toch een tussenstop op Borkum te maken. Dus gaan we stuurboord uit naar de haven van Borkum, waar we aanknopen aan een dikke motorboot, omdat alle plekken voor jachten bezet zijn. We doen nog wat laatste klusjes aan boord: er is hier altijd wat te doen! We brengen OpenCPN weer aan de praat, smeren ‘Arie’ de windvaansturing en geven alles aan boord een slingervaste plek. Dan is het tijd voor onze welkome nachtrust.

Donderdag 5 juli 2018

De wekker staat om half acht. We ontbijten, doen een motorcheck, maken het dek klaar om te zeilen, ruimen onze laatste spullen op en vertrekken om 09:05. Het is LW om 09:55, dus hebben we nog wat ebstroom mee het zeegat uit. Volgens mijn berekening is het 95 mijl van Borkum naar Cuxhaven, en doen we daar met 5 kn kruissnelheid zo’n 19 uur over. We komen als het goed is dus vroeg in de ochtend aan, met vloedstroom mee. HW Cuxhaven is 06:45.

De wind staat nog steeds NW, dus gaan we met gestreken zeilen op de motor richting zee. Borkum heeft een grote ondiepte voor zich liggen, waar we (zeker rond LW) ruim omheen willen varen. Een paar mijl voordat we stuurboord uit willen loopt opeens het motorvermogen terug. Dat is de dieseltank, die leeg is. We zijn vergeten hem te vullen, terwijl we vele liters diesel aan boord hebben in jerrycans. Oerstom, maar omdat er zo veel te doen was zijn we dit glad vergeten. Onmiddelijk rollen we onze nieuwe fok uit, die gelukkig prachtig staat. Ook het grootzeil zetten we bij. We zijn amper klaar of de diepte op de dieptemeter loopt vervaarlijk terug: we stevenen recht op de zandbank af! We doen een poging tot overstag gaan, maar tevergeefs. Dus ga ik stuurboord uit, gijp en vaar ons vrij van de ondiepte.

Benzine in de dieseltank

Met alleen fok en grootzeil wil het schip niet al te best aan de wind varen. We doen erg ons best, maar opkruisen wil nauwelijks lukken. Ook niet als we de bezaan bijzetten. Dus halen we de kleinste jerrycans naar boven en vullen zo goed en kwaad als het gaat de dieseltank bij. De tweede jerrycan blijkt echter helemaal geen diesel te zijn, maar iets anders: waarschijnlijk is dit de mengsmering-benzine van onze oude boot. Oeps! Jelle komt er pas achter als er al zeker een liter in de dieseltank zit. Nu starten zou de motor waarschijnlijk vernielen. Dus zit er niets anders op dan een grote 20 liter jerrycan te voorschijn te halen en, al wiebelend op de wilde zee, die met een trechter in de tank te gieten. Nu breekt ook nog de trechter in twee stukken, zodat de tuit in de tank blijft hangen. Met een tangetje pielen we hem er weer uit. Jelle is van deze halsbrekende toeren onmiddelijk weer zeeziek en voert tussendoor even de vissen. Maar hij gaat dapper door en het lukt ons uiteindelijk om de tank te vullen.

Haute bauture

Toch geeft de motor geen sjoeche: waarschijnlijk lucht in de leidingen, waardoor die diesel in de tank niet mag baten. Terwijl ik zo scherp mogelijk probeer te varen, weet Jelle haast instinctief hoe hij de motor moet ontluchten. Tot onze grote opluchting start daarna de diesel weer alsof er niets gebeurd is.

Zorgen en ontzorgen

Ik hijs de kegel voor motorzeilen en we varen langs de zandbank, tot er aan stuurboord voldoende diepte is om door te steken. De motor gaat uit, de kegel gaat weer aan boord, Arie neemt het roer over en Jelle kruipt onder een deken in de kuip om bij te komen. Terwijl ik aan dek bezig ben verlegt Arie de koers ongemerkt naar stuurboord, zodat we opnieuw op de zandbank afstevenen. Op dit punt verlang ik echt naar het gedeelte van de tocht waar we met halvewindsekoers op meer dan 20m diepte varen. Het lukt Arie niet om de boot op koers te houden naar het noorden, dus zet ik voor een half uur nog even de motor bij tot we ein-de-lijk stuurboord uit kunnen. De zeilen vullen zich, de motor gaat uit, Arie stuurt een prachtige rechte lijn, Jelle ligt tevreden te snurken en ik neem een moment de tijd om de spanning uit mijn lichaam te laten vloeien. We varen een koers van 74 graden naar de Elbemonding. We hebben een mooie windkracht 4 van opzij en lopen zo’n 5 knopen. Ik weet niet hoeveel tijdverlies we hebben en wat dat betekent voor onze aankomst in Cux, maar dat bewaar ik voor later. Voor de komende 8 tot 10 uur blijft onze koers onveranderd, dus hoeft er even niets te gebeuren en kan ik -om onze tocht te relativeren- verder lezen in ‘Zwaar weer zeilen’; een zeilersboek uit de jaren ’60 dat verhaalt over huiveringwekkende tochten in scheepjes die veel minder goed uitgerust waren dan onze Vrijstaat.

Namiddag op de Noordzee

Aan stuurboord zien we Borkum, Juist, Norderney en Baltrum voorbij glijden. Ik kook zo goed en zo kwaad als het gaat een bordje pasta met roomkaas en verse groenten. Een eenvoudig maal, maar op zee smaakt alles altijd alsof het door Dick Soek gemaakt is. Daarna passeren we Spiekeroog, Langeoog en Wangerooge, maar tegen die tijd is onze aandacht ergens anders: de nacht valt en het wordt tijd dat we de navigatielichten gaan voeren. Tegelijk naderen we de Jademonding, die te boek staat als een drukke en onoverzichtelijke riviermonding vol ondieptes en vreemde stromingen. Omdat we nog nooit eerder op zee voeren, kan ik me daar geen andere voorstelling van maken dan een woest kolkende watermassa met aan alle kanten toeterende cruise-schepen en olietankers, terwijl de dieptemeter piept om je voor de naderende ondiepte te waarschuwen. En dat dan in het donker…

Maar een wat zorgvuldigere blik op de kaart leert dat de grote scheepvaart ordelijk door de shipping lane vaart en dat de ondieptes netjes betond zijn. Bovendien zijn grote schepen -net als wij- uitgerust met AIS, zodat we op ons scherm hun locatie, richting en vaart kunnen zien, ook als de schepen zelf nog niet in zicht zijn. Ons eigen navigatielicht blijkt het wanneer de duisternis intreedt ook prima te doen. Gerustgesteld, maar nog steeds gespannen, varen we de nacht in.

Scheepvaart in de shipping lane

Het is tijd voor wat rekenwerk. Om 21.18 hebben we nog een kleine 45 zeemijl voor de boeg. Lopen we 5 knopen gemiddeld, dan duurt dat nog zo’n 8,5 uur en komen we dus aan in Cuxhaven zo rond 5 uur. Nu lopen we eerder een knoop of 4, dus zou het 10 uur duren en komen we aan rond 7 uur. Omdat het hoog water is bij Cuxhaven om 06:45 (en we tot een uur of 7 dus de vloedstroom mee hebben op de Elbe) is die geschatte aankomsttijd helemaal niet zo verkeerd. Het is vooral zaak niet sneller te varen dan 5 knopen, want dan komen we aan in Cuxhaven als de vloedstroom op haar sterkst is. De vaarwijzer leert dat dat ongeveer 2,5 uur voor hoog water is. Dan kan er soms zelfs een stroom van 4 knopen staan! Bij het invaren van de haven is dat lastig: de havenmonding is erg smal en komt rechstreeks op de Elbe uit. Je moet dan dus erg goed mikken en op volle kracht schuin tegen de stroom in varen. Het is dus beter om rond hoog water aan te komen.

Vrijdag 6 juli

Om 23:24 is de wind aangetrokken en varen we weer zo’n 5 knopen. We hebben nog 35 M voor de boeg; zo’n 7 uur varen. Geschatte aankomsttijd is 6:24 en dat is perfect. Maar de wind is nu best stevig en de vloedstroom komt straks op gang. Dat betekent dat we stroom mee krijgen, en dus sneller gaan varen. Rond middernacht varen we al meer dan 6 knopen, en met dit tempo zijn we naar mijn smaak te vroeg in Cuxhaven. Bovendien is het schip onrustig, omdat we halve wind varen op vol zeil met -naar schatting- windkracht 5. We besluiten het grootzeil te strijken en verder te varen onder fok en bezaan: twee kleine zeilen die makkelijk hanteerbaar zijn en het schip goed in balans houden. Dit zou de vaart uit het schip moeten halen. We wachten dus tot er geen grote schepen in de buurt zijn. Ik ga klaar staan met zeilbandjes in de aanslag en mijn lifeline aangeslagen aan dek. Jelle neemt het roer en telt af: 3, 2, 1, NU! Jelle draait het schip met haar neus in de wind, en ik ga op mijn knieen op het dek zitten om het grootzeil naar beneden te sjorren en op de giek te binden. Een paar minuten later is het grootzeil gestreken. We lopen 5,5 knoop op fok en bezaan. We overleggen: moet de bezaan ook naar beneden? De vloedstroom zal immers alleen maar aanzwellen.

Averij!

Om 02.21 (vaart: 6 knopen) besluiten we daarom ook de bezaan te strijken en op de fok verder te gaan. We zullen de wind steeds van opzij of achter hebben, dus is de fok voldoende, zeker met deze wind. We varen nu de Elbemonding op, dus is het weer druk met scheepvaart. Daarom besluiten we om al varend te strijken, zodat we niet met de neus in de wind dwars op de scheepvaart hoeven te gaan liggen. De bezaan is een klein zeil, dus dat moet lukken. Jelle trekt de giek naar loef, terwijl ik (gezekerd) op het kajuitdak klim om het zeil binnen te halen. Dat lukt, maar plotseling dondert de punt van de giek met zeil en al naar beneden. De kraanlijnval is losgeraakt, en we zijn er snel achter waardoor dat komt: de bevestiging aan het uiteinde van de giek is gebroken. Jelle zet snel de giek klem op de preekstoel door de schoten aan te trekken. Ik zeg dat ik de rest wel doe, omdat er ook iemand moet navigeren. En dat is maar goed ook, want inmiddels vaart er een grote olietanker onze kant op, en liggen we bovendien buiten de vaargeul. De dieptemeter daalt tot 0.5 meter. Jelle stuurt het schip snel weer de geul in, terwijl ik het zeil en de giek vastsjor met een spanband. We hebben in Cuxhaven weer wat te klussen…

Met wind en stroom mee doet de fok genoeg

Op alleen de fok waaien we met stroom en wind mee richting Cuxhaven. We lopen weer 5 knopen en we liggen goed op schema. Jelle neemt de wacht over, zodat ik wat kan proberen te rusten. Om 5:45 lopen we de jachthaven van ‘Cux’ binnen. Weliswaar met een flinke vloedstroom van opzij, maar probleemlos. Moe, beurs, maar trots knopen we de Vrijstaat aan de steiger. Het is gelukt!

Geef een reactie