Dinsdag 10 juli

Na de spannende overtocht naar Denemarken besluiten we dat het tijd is voor wat rust: dat plan om Bornholm in één keer te ‘halen’ met windkracht 5 zonder tussendoor te stoppen bleek niet zo snugger. De buurman in de haven was verbaasd dat we ‘s nachts vanuit Holtenau waren komen varen: “Maar het was heel wild weer!”. Ja, dat hebben we gemerkt. Windkracht 5 op zee is niet hetzelfde als op het Sneekermeer. En de golfslag in deze ‘binnenzee’ hebben we onderschat. Dus nemen we de rest van de maandag vrij om bij te slapen en een korte wandeling over het strand te maken, waar het zeeschuim je om de oren waait. Best een flink windje, inderdaad. Er is vlakbij de haven niet veel te beleven: het is vooral het aankomstpunt van de veerpont, en een eindje verderop vind je ‘Lalandia’, een soort entertainmentpark waar je je met het hele gezin wekenlang kunt vermaken met springkussens, speelhallen en een tropisch zwembad, zonder ooit naar buiten te hoeven. We worden er een beetje treurig van, maar de frietjes die ze er verkopen smaken ons maar al te goed.

Ook dinsdag doen we niet bijzonder veel: we maken een wandeling door het plaatsje naast de haven, en we verleggen de boot naar een andere plek in de haven waar we wat rustiger liggen. We downloaden de weerberichten, en besluiten dat het weer het donderdag pas toelaat om hier weer te vertrekken: woensdag is het opnieuw windkracht 5, deze keer uit het oosten. Geen optie dus om uit te varen.

Woensdag 11 juli

Hoewel de voorspellingen ons vertellen dat het vandaag hard waait uit het oosten, vertelt de wereld ons iets heel anders. Een zacht briesje waait uit het zuidoosten door de haven, en we vragen ons af of het echt nodig is om hier te blijven liggen. Rodbyhavn is een soort veredeld industrieterrein, en het enige dat de moeite van het bekijken echt waard is, is de oude vissersboot die door een vakman stukje bij beetje weer in oude glorie wordt hersteld: er gaat schapenwol tussen de kieren van de planken (‘breeuwen’), daar gaat teer overheen, en dat wordt vervolgens prachtig rood geschilderd. Maar inmiddels is de romp af, dus is ook dat schouwspel over.

Werk in uitvoering

We wandelen naar de havenpier, voelen en peilen de wind en besluiten dat we het er toch maar weer op wagen. De wind is amper 3Bft en de richting is zo slecht nog niet. Bovendien ligt op een paar uur varen van hier het plaatsje Nysted, dat volgens onze havengids een idyllisch vestingstadje schijnt te zijn, gelegen in een rustige baai. Veel beter dus dan Rodbyhavn. We tanken onze dieseltank en jerrycans vol bij het pomstation. De vriendelijke eigenaar lacht bij het vullen van de zoveelste jerrycan: “maar jongens, jullie hebben toch een zeilschip, geen motorschip?”. Maar wij zitten liever niet zonder, en omdat we nog een flinke tocht te gaan hebben bunkeren we deze keer maar goed.

Naar Nysted

Als we de havenkom uitvaren blijkt inderdaad dat het zo hard niet waait. De koers die we hebben uitgestippeld is bovendien bezeild. Maar even later zakt de wind helemaal in, waardoor we amper nog vaart maken. Zo zou het tot in de nacht duren om in Nysted te komen. Maar de betonde aanloopgeul is niet verlicht, dus is in het donker aankomen geen optie. Dus besluit Jelle: zeilen naar beneden en de motor aan. Hij heeft gelijk: het is beter als we vroeg in de avond in Nysted aan kunnen komen, zodat we daar tenminste nog een avond kunnen spenderen.

Twee uur later zitten we met de verrekijker te turen naar de horizon: hier ergens zou de aanloopton van de betonning richting Nysted moeten beginnen. Maar aan de horizon zien wij alleen een prachtige schoener met drie masten zeilen. Uiteindelijk weet Jelle de kleine groene speldenknop te traceren. We varen nauwkeurig op de tonnen het ondiepe gebied binnen. De schoener komt in tussen steeds dichter bij. Het blijkt de Nederlandse klipper ‘Albert Johannes’ te zijn, die ook naar Nysted vaart.

Nysted is inderdaad een schitterend plaatsje: bij het binnenvaren zie je eerst een imposant kasteel dat aan de baai ligt. Daarnaast ligt het plaatsje, met vakwerkhuisjes en keienstraatjes. Het is hier beeldschoon, en op een kalme dag als deze lijkt het de ideale plaats voor een langdurige vakantie. Ze verkopen bovendien uitstekend ijs, dus zijn wij erg tevreden dat we Rodbyhavn voor Nysted hebben verruild.

Het slot bij Nysted

‘s Avonds downloaden we de nieuwe weersvoorspellingen. Voor morgen staat er een windstilte op het programma. Niet echt weer om naar Bornholm te zeilen. Dus besluiten we om morgen lekker te gaan vissen in de baai, en ons anker en de hengel te testen.

Donderdag 12 juli

‘s Ochtends gaan we op pad om broodjes te kopen bij de bakker. Navraag leert ons echter dat de bakker gesloten is, dus worden we doorverwezen naar de plaatselijke supermarkt. Als we een paar straten verderop staan te twijfelen of we linksaf of rechtdoor moeten, gaat er ergens een raam open: “hier rechtdoor, en dan de volgende links!” roept een vriendelijke Deen ons toe. Hij weet blijkbaar wat mensen zoals wij ‘s ochtends vroeg graag willen.

Deense idylle in Nysted

Na een wandeling door het dorp en het ontbijt varen we de baai weer in. De wind staat uit het noorden en het schip loopt fantastisch: dit is eigenlijk veel te mooi zeilweer om voor anker te gaan en te vissen. Dus gooien we het plan nog een keer om: we zetten zeil richting Bornholm, want onze weersvoorspellingen hebben het wel vaker mis gehad. Het gaat prima: het schip loopt ruime wind richting Gedser. Als we daar eenmaal zijn krijgen we ineens de wind van voren. Onhandig, want het is een heel smal vaarwater met ondieptes aan beide kanten. Dus gaat maar weer de motor aan. Ik vermoed dat de wind hier draait omdat hij om het land heen krult. Maar ook als we Gedser allang voorbij zijn blijft de wind ons tegenzitten. En als we even later de motor uitzetten en weer proberen te zeilen is de wind helemaal gaan liggen en drijven we met 0.3 knoop naar Gedser terug.

Vakantietijd

Nu is het wel genoeg, vinden we. We hebben geen zin om onze vakantie te laten bepalen door een afgelegen eiland dat zich niet laat bezeilen. Dus laten we de zeilen zakken en testen we Jelle’s nieuwe visgerei. Jammer genoeg hebben de vissen geen zin om te bijten, maar wij dobberen best tevreden op ons drijvende huis in het kalme water.

Later op de middag besluiten we een stukje naar het noorden te motoren en daar voor anker te gaan. Omdat we ankeren met de (westen)wind van voren en de golven van achteren brengen we een tweede anker achter uit. Met OpenCPN houden we bij of we op dezelfde plek blijven liggen. Met een borreltje genieten we op het voordek van een mooie zonsondergang vanaf ons schip. We stellen OpenCPN zo in dat het ons waarschuwt wanneer we meer dan 50 meter van ons anker afdrijven, en gaan met een gerust en tevreden hart slapen.

Ons eigen stille ankerplekje

Vrijdag 13 juli

Jelle is ‘s ochtends vroeg op en probeert weer een vis te vangen. Maar vissen blijkt best een kunst op zich, dus is er voor ontbijt en lunch helaas geen vis. Tijdens de ochtend komt langzaamaan de westenwind weer terug. Wij willen naar het noordwesten varen, richting Kopenhagen. Dat is ons nieuwe plan in plaats van Bornholm. We hebben een zacht briesje in de rug, en het schip loopt prachtig. We bomen de fok uit aan stuurboord, en met het grootzeil aan bakboord en de bezaan aan stuurboord vangen we de maximale wind. Dat is nog steeds niet veel, dus lopen we een knoop of 3. Maar we genieten volop, en proberen met Jelle’s hengel te ‘trollen’ (afgeleid van ‘trawlen’, denk ik): we slepen een lijn met een aantal stukjes aas (daarvoor heeft Jelle gepekelde zeepieren gekocht) achter de boot aan, en hopen dat ze bijten. Maar we vangen steeds alleen maar zeewier.
Opeens valt alle wind weer weg. We liggen volledig stil, net als een aantal andere zeilschepen om ons heen. Omdat er wel deining staat, klapperen alle zeilen voortdurend. Ik word daar horendol van en vlucht in de kajuit. Op de AIS zie ik dat ongeveer een mijl ten oosten van ons het schip ‘Krullevaar’ zeilt, met 6 knopen. Dat verbaast me, gezien de plotselinge windstilte. Maar niet veel later trekt de wind plotseling weer enorm aan en gaat ook ons schip er met een goede 5 knopen vandoor. Het zal wel iets te maken hebben met lokale windpatronen door de ligging van het land.

Op naar Kopenhagen

Het loopt tegen zevenen als we langs het eiland  Møn varen. Aan de oostkant liggen daar witte krijtsteen kliffen (Møns Klint), waardoor  Møn een populaire bestemming is voor toeristen en dagjesmensen. Eigenlijk was ons plan om in deze baai voor anker te gaan. Maar het is vandaag zo’n heerlijke zeildag, en we hebben de wind zo mooi in de zeilen staan, dat we allebei helemaal geen zin hebben om te stoppen. Dus halen we de kaarten er weer bij: hoe ver is het precies naar Kopenhagen? Dat blijkt zo’n 45 mijl te zijn, dus een uur of 10. Dat betekent dat we daar rond de ochtend binnen kunnen varen. We besluiten het te doen: krijtrotsen hebben we allebei wel vaker gezien, en bovendien hebben we er nu vanaf ons schip ook zicht op. Doorvaren geeft ons meer tijd in Kopenhagen, en gunstige omstandigheden. Dus koken we ons maaltje (vlees noch vis) en maken we ons klaar voor weer een nacht varen.

De wind komt uit het noordwesten, waardoor we als we scherp aan de wind varen precies een koers van 0 graden kunnen halen. Dat moet ook, want de shipping lane loopt precies langs Møn naar Kopenhagen, en wij mogen daar met ons kleine scheepje niet komen. Dat willen we trouwens ook helemaal niet, want het grote vrachtverkeer vaart daar ook ‘s nachts af en aan. Omdat het allemaal maar nét gaat besluiten we voor de eerste wacht samen tweemaal overstag te gaan: we gaan maken eerst een hoek naar bakboord, zeilen dan een half uur door, en gaan dan weer naar stuurboord. Zo varen we een koers parallel aan de shipping lane, zonder in de buurt te komen.

Nu de koers goed is ga ik in de kooi liggen om te rusten. Maar dat lukt niet erg: de wind is weer flink aangewakkerd, en op een aandewindsekoers ligt het schip erg scheef en onrustig. Maar na een tijdje dommel ik toch weg. Even later blijkt echter dat we onze koers toch weer moeten verleggen: we komen te dicht bij de shipping lane. Deze keer besluiten we het wat grondiger aan te pakken, dus zeilen we wat langer door naar het westen, totdat het einde van de shipping lane op 10 graden ligt. Dat zou moeten lukken. Ik neem de wacht over van Jelle en kruip in een hoekje van de kuip op de hoge kant. Het is nu nog harder gaan waaien, en ik verwonder me over Jelle’s enorme rust: in mijn beleving is dit weer wilder dan die nacht naar Rødby, maar Jelle schijnt nergens last van te hebben. Dat zal wel liggen aan de golven, die nu schuin van voren komen in plaats van schuin van achteren. Maar als het schip opnieuw meer dan 7 knopen begint te lopen, en ik spierpijn krijg in mijn benen van het mezelf op mijn plek houden, vraag ik me af of we niet beter hadden kunnen reven. Als een flinke golf ons plotseling optilt slaak ik een kreet van schrik. Jelle’s wacht is dan nog amper begonnen, dus hoef ik hem niet wakker te maken: hij staat al naast me om me te helpen het grootzeil te strijken.

We weten imiddels hoe het moet, dus is het grootzeil in een oogwenk aan de giek gesjord. Op fok en bezaan loopt het schip meteen veel rustiger. Jelle kan dus een paar uur gaan slapen, terwijl ik een eenvoudige koers richting Kopenhagen stuur, ver weg van alle scheepvaart.

3 uur later wisselen we de wacht. Jelle stuurt het laatste stuk naar de aanloop van de haven, en ik kruip in de kooi. Ik slaap heerlijk, er helemaal gerust op dat de tocht verder goed verloopt. En zo is het ook: In de ochtend lopen we het havengebied van Kopenhagen binnen. Jelle heeft de zeilen al gestreken als ik aan dek kom kijken. Aan stuurboord ligt de grote brug naar Malmö, aan bakboord doemen de kerktorens van Kopenhagen op. De eerste haven waar we naar binnen varen ligt in een groene omgeving naast een kasteel, vlakbij het beeldje van de kleine zeemeermin. De haven is helemaal rond, en de schepen liggen met hun neus naar de kant en hun kont aan een meerboei. Maar de haven is helemaal vol, dus hier kunnen we niet liggen. We varen dus verder de stad in, langs drommen toeristen die op de kade staan te kijken naar een beeldje dat vanaf ons schip met het blote oog niet te zien is. Kopenhagen is bij binnenvaren meteen al prachtig: historische pakhuizen wisselen af met moderne architectuur, zoals het operagebouw. Wij koersen naar de Christianshavn, in één van de oude delen van de stad. Op de kaart lijkt het of de haven achter een brug ligt, en lijkt het vaarwater best nauw, maar in de vaarwijzer staat daar niets over vermeld. We proberen het dus maar gewoon…

Drommen toeristen voor een beeldje van niks

Als we aankomen staat de brug juist open. We varen de haven binnen, maar die is inderdaad niet breder dan een tamelijk brede gracht. Aan stuurboord liggen schepen met de punt naar voren in boxen, aan bakboord liggen schepen langszij gestapeld in rijen van 2 of 3. Het is bomvol en ontzettend druk, ook omdat er op zaterdagochtend massa’s rondvaartboten hier hun route varen. Behoedzaam varen we verder, op zoek naar een plekje. Maar dat is niet zo eenvoudig! Op een t-splitsing wil ik het schip keren, want verderop loopt het dood. Maar ook de splitsing is te nauw voor ons schip, dat een joekel van een draaicirkel heeft en zich met de wind van achteren zomaar niet laat keren. Dus varen we verder, op goed geluk. Ik zie dat het hier steeds ondieper wordt, en dat deze uitloper van de gracht bovendien wordt afgesloten door een brug. Ik moet dus wel keren, maar dat kan hier niet. Bovendien heb ik een hele file aan rondvaartboten achter me. Vóór een grote platbodem is er nog een klein plekje over. Voorzichtig stuur ik het schip langszij bij een plastic motorboot. De dieptemeter begint te piepen, maar we liggen gemeerd en de rondvaartboten kunnen verder varen. Maar hoe komen we hier weer weg?

Jelle oppert dat we onze voorlandvast best naar de andere kant van de gracht kunnen gooien. Dan trekken we het schip op mankracht dwars, en verhalen we haar over bakboord. Het is het enige plan, en het blijkt een uitstekend plan te zijn, want even later ligt de Vrijstaat met haar neus naar waar ze net vandaan gekomen is. We hebben niets geraakt en zijn niet in de blubber vast komen te zitten.

Als we terug varen blijkt er nog een plekje te zijn naast een wit ex-zeilschip. De eigenaar staat al verwelkomend op het dek: “Ja hoor, kom hier maar liggen!”. Hij pakt onze lijnen aan en helpt ons aan te meren. “Welkom in Kopenhagen!” zegt hij lachend.

Reacties

Moi Go,

Jammer dat je Batatuke verlaat. Maar wat een mooi vooruitzicht . Ik wens jullie veel energie bij de voorbereiding. En we houden contact.

Geef een reactie