Zaterdag 14 juli

Nu we toch in Kopenhagen zijn besluiten we om de tijd te nemen om iets van de stad te zien. Het is prachtig weer en de haven ligt heel centraal, dus hebben we een prima uitvalsbasis om de stad te verkennen. Wel komen we er snel achter dat het op een zonnige zaterdag in de zomer schreeuwend druk is in Kopenhagen-centrum. We wurmen ons dus door de drommen toeristen, langs een eindeloze rij hippe eettentjes, op zoek naar een eenvoudige en betaalbare lunch. Tijdens die zoektocht doorkruisen we het centrum van Kopenhagen, dat indrukwekkend mooi is- geen wonder dat er zoveel mensen op afkomen. Uiteindelijk vinden we onze lunch in een pizzazaak in een achterafstraatje. Zo’n maaltje is ook wel eens lekker na onze eenvoudige ‘boot cuisine’.

Kopenhagen-centrum

Bij terugkomst blijkt onze serviceaccu leeg, al begrijpen we niet helemaal waarom: er was de afgelopen dagen steeds veel zon, en we hebben niet veel meer stroom verbruikt dan normaal. ’s Nachts staat als we doorvaren weliswaar de AIS, de boordcomputer en de navigatieverlichting aan, maar dat was bij eerdere nachttochten ook geen probleem. We meten de panelen en de accu door, maar vinden geen duidelijke oorzaak. We leggen de boot aan de walstroom om de accu bij te laden en besluiten e.e.a. goed in de gaten te houden. Een beetje onbevredigend, maar we leren wel weer veel bij over hoe onze elektrische installatie eigenlijk in elkaar steekt. Ook repareren we de boordlichten, die tijdens de vorige nachttocht haperden. En ik repareer met zeilgaren en zeiltape een scheur die vannacht in de Bezaan is ontstaan.

Terwijl wij aan het klussen zijn vaart een eindeloze stoet rondvaartboten door de haven. De gidsen leveren commentaar: “and this is where the sailors stay with their boats. They come from all over the world”. Een klein jochie springt op als hij langs de Vrijstaat vaart: “Mama, dat zijn Nederlanders! Kijk, een Nederlandse vlag!”. Hij heeft oog voor detail, want onze vlag is maatje postzegel. Ik zwaai vrolijk terug: “Goed gezien!”. Een andere gids moedigt haar boot vol Koreanen aan: “If you like, you can wave at the sailors”. Dat laten ze zich natuurlijk geen twee keer zeggen… Zo zijn we hier in Kopenhagen toerist en attractie tegelijk. Maar hetzelfde geldt voor de mensen in de rondvaartboot, want tegen deze eindeloze stoet uiteenlopende groepen is geen Netflix opgewassen.

Onze buurman, de eigenaar van de boot waaraan we vastliggen, stelt zich voor als Christian. Hij had tot een paar jaar geleden een goed betaalde en verantwoordelijke baan in vliegtuigonderhoud. Hij was succesvol, maar kreeg steeds meer last van de voortdurende druk en daaruit voortkomende stress. Tijdens een belangrijke, maar langdurige vergadering dacht hij bij zichzelf: “Als deze vergadering achter de rug is, klap ik mijn koffertje dicht en kom ik hier nooit meer terug”. En zo geschiedde: hij zegde zijn baan op, verkocht huis en have en ging op een oude klereboot in Christianshavn wonen. Zonder plan; hij wilde eerst eens tot rust komen. Inmiddels is hij drie jaar verder en zo langzamerhand wel weer toe aan een baantje, als koerier ofzo. Maar hij is gaan houden van het bootleven, het buiten zijn en de rust. Hier in de haven wonen meer mensen permanent op hun boot, en weet hij zich omringd door gelijkgestemden. Zijn ideaal is om met een aantal andere bootbewoners een kleine havencommune te stichten op het eiland Fyn: daar vind je nog rust en ruimte. Volgens hem wordt dat de komende tijd steeds schaarser, zeker in het overvolle Denemarken met 6 miljoen inwoners. Maar als wij beginnen te grinniken realiseert hij zich direct waarom: met 17 miljoen inwoners op een nog kleiner oppervlak is Nederland zeker drie keer zo vol. Toch hebben we al snel door dat Christian zo iemand is die we goed begrijpen, en die ons goed begrijpt. Het bootleven laat weinig ruimte voor haast, ijdelheid en materialisme, en dat is precies waarom het voor een handjevol mensen zo aantrekkelijk is. We hebben aan Christian dus een goede buur, waarmee we in de korte tijd dat we in Kopenhagen zijn goede gesprekken hebben.

Christianshavn, met de Vrijstaat, naast de boot van Christian

Zondag 15 juli

Om onze actieradius te vergroten huren we een fiets via een digitaal platform. Kwestie van fiets opzoeken aan de hand van de app, betalen met je creditcard en het slot wordt via de app voor je geopend. Omdat we ‘kniepstuuvers’ zijn houden we het bij één fiets, want ik kan best bij Jelle achterop. Dat mag hier eigenlijk niet, maar als we aangehouden worden knikt de agente begrijpen wanneer we zeggen “oh sorry, wij zijn Nederlanders”. We gaan op zoek naar een Lidl voor grote inkopen en brengen onze vuile was naar een wasserette. Zo maken we van dit verblijf in Kopenhagen een echte pitstop. ’s Avonds fietsen we naar de andere kant van de stad, omdat daar volgens facebook een salsafeestje is in het park. Maar als we na een half uur fietsen aankomen in het park, vinden we een lege dansvloer. Blijkbaar is het evenement verplaatst, helaas. Wel kijken we onze ogen uit naar deze openlucht-dansvloer, waar klaarblijkelijk in de zomer allerlei feestjes worden georganiseerd. Dat willen wij ook in het Noorderplantsoen!

Maandag 16 juli

We besluiten nog een dagje te blijven, omdat Kopenhagen ons goed bevalt. Het is nog steeds mooi weer, dus fietsen we richting het stadsstrand. Het is er druk en gezellig, maar het water is ons iets te koud om lekker te zwemmen. Dus maken we een wandeling langs het zandstrand. ’s Middags verkennen we het voormalig krakersbolwerk ‘Christiania’. Hoewel het tegenwoordig duidelijk onderhevig is aan de commerciële geest van het toerisme, is duidelijk te zien dat dit deel van de stad niet gebouwd is vanuit de strikte Deense regelgeving. Het zijn panden met een creatief ontwerp, vaak van hout en gebouwd naar het ideaalbeeld van de mensen die hier jaren geleden hun ‘vrijstaat’ stichtten. Er komen hier geen auto’s, en de omgeving is prachtig groen en gelegen aan het water. In het ‘centrum’ vind je ateliers en alternatieve cafés, en lange tafels vol mensen die met een groot glas bier proberen af te koelen, want het is nog steeds onscandinavisch heet. Op elke straathoek staat een dealer hash en wiet te verkopen, handje-contantje. Dat is zelfs voor ons Nederlanders een opmerkelijk gezicht. Het is dan ook geen wonder dat in heel Christiania de wietwalmen als een soort deken over de straten ligt. Maar de sfeer is gemoedelijk, en het feit dat zo’n soort afgescheiden mini-samenleving in een geregisseerd land als Denemarken kan voortbestaan (zij het met de nodige problemen) spreekt wel tot de verbeelding.

Christiania’s kleine tweemaster

Dinsdag 17 juli

Vandaag komt er tijdelijk een einde aan de hitte en voorspelt de Gribfile lichte regen. Helaas staat er ook slechts lichte wind op het programma, dus van het zeilen hoeven we niet veel te verwachten. We besluiten in de ochtend op de motor naar het Zweedse eiland Ven te varen: dat is minder dan 15 Mijl varen, dus binnen 3 uur kunnen we daar zijn. We zeggen Christian en zijn haven gedag, gooien los, wachten tot de brug voor de haven opent, en varen Kopenhagen uit.

Ven is klein maar fijn: glooiende heuvels met tarwevelden, roodgeverfde boerderijtjes en een klein observatorium gesticht door sterrenkundige Tycho Brahe (1546-1601). Bij aankomst in de haven knopen we vast aan de kade en gaan, na een eenvoudige lunch, eropuit voor een wandeling. Vanaf de hoger gelegen punten op het eiland hebben we uitzicht op Slot Kronborg, in Helsingor. We hadden al eerder overwogen die kant op te varen, maar nu we het zien liggen hakken we de knoop door: Helsingor is vanaf hier nog maar een paar uur varen, en het slot ligt historisch op zo’n bijzondere plek dat we het graag van dichtbij willen beleven. Dus knopen we na een paar uur ‘Zweden’ weer los, en zetten zeil naar het slot, dat met de net opgestoken westenwind precies bezeild is.

Wandelen op Ven

Even later varen we dus verder over de Sont, en komt slot Kronborg steeds dichterbij. We denken terug aan de aflevering van ‘de Gouden Eeuw’ van de NTR, waarbij ze ingingen op de geschiedenis van deze plek. De grote haven ligt aan de voet van het kasteel. Maar ook de rest van Helsingor is een bezoek waard, merken we wanneer we een wandeling door het stadje maken. Prachtige oude gebouwen uit de 15 eeuw en ouder vind je op iedere straathoek, en wij vallen van de ene verbazing in de andere. We hebben zin om het kasteel van binnen te bekijken en besluiten morgen bij openingstijd voor de poorten te staan.

Geef een reactie