Nu we verhuisd zijn en heel ons leven in de boot hebben gepropt, is het tijd om ein-de-lijk van ons ‘nieuwe leven’ te proeven. We varen de stad uit, het Reitdiep op, en spenderen onze dagen tussen de koeien, zilverreigers, zwanen, meerkoeten en aalscholvers.

Onze eerste stop is Wierumerschouw: daar is een kleine kade achter de brug, waar we aanleggen om bij te komen. Het is typisch najaarsweer: nu eens zonnig, dan weer regenachtig, zodat onze activiteiten deze dagen variëren van ‘een boek lezen in de kajuit’ tot ‘een boek lezen in de kuip’. Donderdag fietsen we naar Stad om onze reisvaccinaties te halen, boodschappen te doen en Jelle’s nieuwe inlegzolen op te halen, zodat we straks in Roemenië onbezorgd kunnen wandelen.

Als het weer wat beter wordt besteden we een dag aan het organiseren van de bakskist. We brengen alles aan wal, halen alle kratjes leeg en inventariseren wat we hebben. Daarna krijgt ieder kratje een eigen label (‘lijmen en kitten’, ‘schoonmaken en smeren’), en leggen we de inhoud van elk kratje nauwkeurig vast in een excel-sheet. Tot slot krijgt iedere plek in de bakskist een eigen nummer. Zo hebben we een helder en flexibel systeem om al onze spullen gemakkelijk terug te kunnen vinden.

‘s Ochtends komen de buren van de boerderij tegenover ons een praatje maken. Ze hebben het Dagblad van het Noorden voor ons meegenomen, zodat we wat te lezen hebben. We halen verse eieren bij een pluimveehouder in Oostum. En als we daar zin in hebben doen we wat klusjes, zoals het repareren van de opvoerpomp van de wc. Zo glijden de dagen voorbij in een heerlijk rustig tempo.

Na een aantal dagen komt ‘s avonds de waterpolitie langszij. Het is opgevallen dat we hier gisteren ook al lagen, maar eigenlijk is langdurig aanmeren hier verboden. Dat wisten we ook wel, want er staat een groot bord met een doorgekruiste ‘P’ aan de steiger. Gelukkig is de waterpolitie net zo laconiek als wij: ‘als jullie morgenochtend doorvaren is alles in orde’.

Reacties

Geef een reactie