Lauwersmeer

Nu het weer wat beter is en we onze zaakjes in Stad hebben afgerond varen we verder. Zin in grote tochten hebben we nog niet; we blijven liever even lui. Dus varen we verder over het Reitdiep, de sluis door bij Zoutkamp, tot we in een uitloper van het Lauwersmeer een vrije steiger vinden. Hier mag je zonder problemen 3 dagen liggen. Het is een steiger middenin het water, dus aan land gaan is geen optie. Maar we vinden het best: het is goed weer, om ons heen is er niets dan natuur en aan boord is er genoeg leesvoer en wat klusjes als we ons echt vervelen.

Bovendien gaat alles noodgedwongen traag. Een ochtendroutine kan zo maar 3 uur duren: De zonnepanelen bijstellen, ontbijt maken, rustig ontbijten, water koken voor de afwas, de afwas doen, water koken voor de was, de was doen, moed verzamelen voor een koudwaterbad, een duik nemen tussen de eenden, schone kleren zoeken, de was ophangen, nieuwe yoghurt in de yoghurtmaker doen en de ochtend is alweer om. Tijd om lunch te maken.

Jessica en Marijn komen op bezoek. Omdat ze niet bij onze steiger kunnen komen, varen we naar de visplaats een eindje verderop. Terwijl ik de boot op z’n plek houd roeit Jelle heen en weer tussen boot en kade. Even later zijn we met z’n vieren, en met een nieuwe voorraad boodschappen (bedankt, Jes!). We lunchen met pannekoeken op ‘onze’ steiger en varen daarna een stuk het meer op. We hebben noordenwind, dus kunnen op de terugweg de zeilen omhoog. Veel wind staat er niet, maar wat is het heerlijk om weer te zeilen! Tegen de avond zetten we onze gasten weer aan land. Het laatste stukje terug naar onze steiger leggen we in het donker af. Lastig, want die steiger is natuurlijk niet verlicht. Vanaf de punt kan ik hem in het donker wel onderscheiden, maar Jelle nog niet. Dat hij de steiger niet ziet, heb ik niet op tijd door, zodat we met behoorlijk wat vaart aankomen. “ACHTERUIT!”, brul ik door de nacht. Gelukkig zijn we niet de enigen, en staat er op de steiger een andere zeiler, die mij helpt de boot af te stoppen. Het gaat nét goed! Gelukkig maar, want een lelijke kras op onze nieuwe laklaag zou jammer zijn.
Een korte evaluatie heeft tot conclusie: aanlegplekken in het donker altijd ruim van tevoren met slakkengang naderen. Altijd overvloedig communiceren, want je weet niet wat de ander ziet. Zo scherpen we zelfs op het Lauwersmeer onze ervaring aan.

Ook Jelle’s vader komt op bezoek. We pikken hem op bij de sluizen van Zoutkamp en lunchen opnieuw aan de steiger waar we lagen. Het is goed om elkaar weer te spreken, en om ons nieuwe huis te laten zien nu het in gebruik is. De vorige keer lag het interieur nog in onderdelen door de werkplaats verspreid, dus was van wonen nog geen sprake. Nu hangen er kaartjes aan de muur en liggen er kussens op de banken, en weten wij de weg naar alles dat we nodig hebben.
We lunchen aan ‘onze’ steiger en gaan daarna richting meer. Maar de bijboot blijft ergens achter hangen, waardoor we op het achterdek moeten zijn. Het roer wordt daardoor belemmerd en voor we het weten lopen wel aan de rand van de smalle vaargeul aan de grond. Tegen beter weten in proberen we op de motor los te komen, maar de zuigende grond heeft een stevige greep op onze langkieler. Ook met het zeil bij komen we niet los. We krijgen hulp van een zeilbootje dat richting Zoutkamp vaart, maar zij hebben onvoldoende vermogen om ons los te trekken. Even later komt er gelukkig een flink motorjacht langs dat ons met een sleepje vlot trekt. Zo zie je maar: zelfs op het Lauwersmeer zijn er avonturen te belven.

‘s Avonds eten we een visje in Zoutkamp en zwaaien Pa tot ziens. Daarna varen we door het donker terug naar onze steiger. Helaas ligt op onze plek een motorschip dat de hele kade inneemt. We besluiten dus een stukje verder te varen naar een steiger die wél plek heeft. De vaargeul is lastig te zien in het donker: dáár zie ik een boei, die volgens mij rood is. Uit voorzorg zet ik de motor heel zachtjes, en houd ik één oog op de dieptemeter. Zodra die begint terug te lopen geef ik gas terug, maar ik ben al te laat: we zitten wéér vast! We leggen contact met het motorschip, dat toezegt om ons morgenochtend te komen helpen. Omdat ons ankerlicht nog niet is aangesloten, duik ik de motorruimte in om wat elektradraadjes aan elkaar vast te maken. Bingo! nu hebben we wel licht! Voor de zekerheid stel ik een ankeralarm in (het waterniveau kan hier variëren). Zo brengen we de nacht door in de modder.
‘s Ochtends krijgen we een sleepje en zijn we zo weer los. Vandaag wordt het rotweer, maar morgen wordt het ideaal weer om naar Borkum te varen, op weg naar Delfzijl. We besluiten daarom naar de jachthaven in Lauwersoog te varen. Daar kunnen we dan de laatste voorbereidingen treffen voor de eerste tocht op zee. Ik voer wat laatste berekeningen uit voor de tochtenplanning, maak rozenbotteljam van rozenbottels die ik bij de haven gevonden heb, en we nemen een zeer welkome warme douche in het splinternieuwe badgebouw van de jachthaven. Daarna knutsel ik net zo lang met de bedrading in de mast tot ik het driekleurenlicht (voor navigatie ‘s nachts onder zeil) aan de praat heb.
Morgenochtend voegt mijn vader zich bij de bemanning en varen we (deo volente) het zeegat uit naar Borkum. Eindelijk weer op zout!

Geef een reactie